Home

Achtergrond 177 x bekeken

Bijenhouders luidden noodklok in Tweede Kamer

De bijenhouders noemen het de "verdwijnziekte''.

Het is normaal dat in de winter ongeveer 10 procent van de bijen sterft en dat wordt dan in de zomer aangevuld. Maar de afgelopen twee jaar liep de "wintersterfte'' flink op, in de kustprovincies zelfs tot 40 procent.

Bijenhouders luidden vandaag in de Tweede Kamer de noodklok. De bij is niet alleen een onmisbare schakel in de natuur, maar ook in de landbouw. "De ketting breekt'', waarschuwde voorzitter Jan Dommerholt van de Nederlandse Bijenhouders Vereniging (NBV).

Deskundige Tjeerd Blaquiere van de Wageningen Universiteit gelooft niet in een geheimzinnige ziekte, maar neemt daarom de zaak niet minder ernstig: "We denken aan een complex van oorzaken.'' De varroamijt zit de bijen al lang dwars, maar ook landbouwgif en de vermindering van plantensoorten op het akkerland doen de bij de das om.

De bij is van onschatbare waarde. In termen van geld is de bij na de koe en het varken het belangrijkste dier voor boeren en tuinders. Een enkel bijenvolk bestuift al voor 15.000 euro per jaar aan groente en fruit en al met al bestuiven ze in ons land voor zo'n 750 miljoen euro. In de vrije natuur wordt 80 procent van de planten bestoven door honingbijen. Wereldwijd is twee derde van de voedselgewassen afhankelijk van bestuiving door insecten.

De problemen stapelen zich op. Niet alleen de bij dreigt uit te sterven, ook de imker. Afgezien van tien tot vijftien beroepsimkers die in de zaadteelt werken, telt ons land zo'n 6500 hobby-imkers, maar het is een vergrijzende groep. Jonge mensen hebben er geen belangstelling voor, liet de NBV de Kamerleden weten.

De oplossing moet gezocht worden in niets minder dan een 'Deltaplan'. Ons land trekt jaarlijks 150.000 euro uit voor onderzoek naar de bij en de Europese Commissie doet daar eenzelfde bedrag bij. Dommerholt pleitte ervoor om in navolging van onze buurlanden, België en Duitsland, één miljoen euro uit te trekken. Dat geld zou moeten gaan naar onderzoek, het opleiden van circa vijfhonderd imkers per jaar en voorlichting.

Dat neemt niet weg, dat voor de bij de plant belangrijker is dan de mens. Agrariërs, gemeentelijke plantsoenendiensten, Staatsbosbeheer, Rijkswaterstaat en provincies moeten heel nadrukkelijk letten op het assortiment van planten dat wordt bestoven door insecten. Dat is niet alleen goed voor de honingbijen, maar ook voor vlinders, hommels en sluipwespen. In de bosbouw moeten we het niet alleen hebben van eiken, beuken en berken, maar moet de linde weer een kans krijgen, omdat die door de bij meer gewaardeerd wordt.

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.