Home

Achtergrond 648 x bekeken

Advies voor HIR met deel winst bestemmingswijziging

De herinvesteringsreserve (HIR) is voor de agrarische sector van steeds groter belang, zeker nu de landbouwvrijstelling op de weg terug is. En hoewel de Hoge Raad er zich nog over moet uitspreken, adviseerde de Advocaat-Generaal (AG) bij de Hoge Raad om dotaties aan de HIR ook toe te staan voor een gedeelte van de bij verkoop behaald winst. Dit advies betreft de vennootschapsbelasting, maar is voor de inkomstenbelasting van overeenkomstige toepassing.

HIR i.p.v. Landbouwvrijstelling
Een van de belangrijkste onderdelen van de fiscale wetgeving voor de agrarische sector is vanzelfsprekend de landbouwvrijstelling. Een vrijstelling waar andere sectoren alleen maar van kunnen dromen. Maar de landbouwvrijstelling is op de weg terug. Steeds vaker is winst bij verkoop van grond (gedeeltelijk) belast. In zulke gevallen wordt de HIR van belang. Daarmee bereikt u geen afstel maar in ieder geval wel (langdurig) uitstel van heffing. Rondom de HIR bij landbouwgrond speelt nu iets dat zeer belangrijk kan gaan worden.

Verkoop warme grond
Een ondernemer – grond- en loonbedrijf beschikte begin 2001 over ongeveer 6 hectare grond. In oktober 2001 werd de helft hiervan (2,9 ha) verkocht aan een projectontwikkelaar voor een bedrag van €857.145. Ten tijde van die verkoop had de grond een agrarische bestemming zonder bouwmogelijkheden en werd hij in de agrarische sfeer gebruikt. De Wevab (waarde in het economisch verkeer bij agrarische bedrijfsuitoefening) van de grond bedroeg ten tijde van de verkoop ruim €100.000.

De bij verkoop behaalde (boek)winst wilde de ondernemer onderbrengen in een HIR. Volgens de inspecteur was dat niet mogelijk. Het vervangingsvoornemen van de ondernemer zou namelijk gericht zijn op uitbreiding, en niet op vervanging. Voor zover weer drie hectare teruggekocht zou worden (geen uitbreiding dus) kon dat makkelijk gebeuren uit de Wevab opbrengst van de verkochte grond, ruim een ton. De belastingrechter was het hier mee eens, waarop de ondernemer naar de Hoge Raad stapte. Hij verdedigde daar de opvatting dat het Hof voor de beoordeling van de aanwezigheid van een herinvesteringsvoornemen niet had mogen uitgaan van een beperking tot maximaal de vermoedelijke Wevab van 3 hectare vervangende grond.

Conclusie AG
De AG gaat in zijn advies aan de Hoge Raad in op maar liefst vier zaken:

  • de zogenaamde ‘uitbreidingsjurisprudentie’ van de Hoge Raad
  • de samenloop van landbouwvrijstelling en herinvesteringsreserve
  • de verschillen tussen het herinvesteringsreserveregime (Wet IB 2001) en het vervangingsreserveregime (Wet IB 1964) en tenslotte
  • de toepassing van de uitbreidingsjurisprudentie en de deelvervangingsjurisprudentie onder het herinvesteringsreserveregime.
Het zou in dit kader (veel) te ver voeren om al deze onderwerpen integraal te bespreken. Er wordt mee volstaan op te merken dat de AG tot de conclusie kwam dat de toepasselijkheid van de landbouwvrijstelling niet in de weg staat aan afboeking van bestemmingswijzigingswinst op de kostprijs van vervangende grond voor het verschil tussen WEVAB en oude boekwaarde. In zoverre adviseert hij de Hoge Raad om de ondernemer in het gelijk te stellen. Het is nu afwachten of de Hoge Raad de AG in zijn conclusie volgt. Het arrest wordt door de praktijk zonder twijfel met veel belangstelling tegemoet gezien.

Mr. S.F.J.J. Schenk, directeur adviesgroep Fiscale Zaken van de GIBO Groep en voorzitter van de Nederlandse Federatie van Belastingadviseurs

Lees ook Zoekresultaten op Agrocount.nl met trefwoord ‘herinvesteringsreserve’

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.