Home

Achtergrond 349 x bekeken

Polen met of zonder fiscale zorgen?

Dat het lastig (en misschien wel onmogelijk) is om Poolse uitzendkrachten laten werken zonder loonbelasting in te houden was al langer bekend. Nu heeft de Hoge Raad ook voor toepassing van de omzetbelasting schijnconstructies doorgeprikt.

Polen met helpende handjes zijn een bekend agrarisch fenomeen, met alle bijbehorende fiscale problemen. Dienstbetrekking of niet? Sociaal verzekerd of niet? En als de dames en heren in kwestie worden ‘uitgeleend’ is ook nog de vraag: BTW of niet? Voor veel agrarisch ondernemers is dat laatste een serieus probleem. De aan hen in rekening gebrachte omzetbelasting valt niet te verrekenen, omdat zij onder de landbouwregeling vallen.

Om de fiscale druk binnen de perken te houden is daarom naar fiscale constructies gezocht. Eén daarvan betrof het oprichten van een vennootschap onder firma (VOF). Meestal was er in deze gevallen sprake van één BV, alsmede vaak van een zeer groot aantal Polen. De BV vertegenwoordigde de firma, terwijl de Poolse vennoten de gebruikelijke agrarische werkzaamheden deden. Omdat de betrokkenen nu, althans op papier, geen werknemer maar ondernemer waren geworden, dacht men van inhouding van loonbelasting en sociale premies verlost te zijn. In de meeste gevallen sneuvelde deze opzet echter bij de fiscale rechter, bij gebrek aan realiteit. De situatie had immers zoveel weg van een normale dienstbetrekking dat de papieren firma rechtstreeks de prullenbak inging. Nu was ook de omzetbelasting aan de beurt. Wat speelde er in een recent arrest van de Hoge Raad?

Firma met Poolse firmanten en één BV
Een BV verrichtte loonwerkzaamheden in de agrarische sector. Ook hier is de BV met Poolse werknemers een vennootschap onder firma aangegaan. Ook hier deed de BV het papierwerk en liepen de Polen op de werkvloer rond. Voor de door de Polen verrichte werkzaamheden is aan de BV verschillende naheffingsaanslagen omzetbelasting opgelegd. Immers, uitzendkrachten die op uw bedrijf rondlopen verrichten daar diensten die aan de heffing van omzetbelasting zijn onderworpen. U dient dan ook van het uitzendbureau gewoon een nota met BTW te krijgen. Is geopteerd voor toepassing van de omzetbelasting dan is die belasting te verrekenen. Omdat de meeste agrarisch ondernemers niet voor de BTW hebben gekozen (maar onder de landbouwregeling vallen) blijft de BTW bij deze ondernemer ‘hangen’. Uitzendkrachten zijn daardoor voor de boer maar liefst 19% duurder dan voor andere ondernemers.

Wie was uitzendbureau?
Dat de Poolse werkzaamheden aan de BTW onderworpen waren viel niet te ontkennen. De fiscus had er echter voor gekozen om de aanslagen neer te leggen bij degene die in haar ogen de grote boef was, de BV. Er was ook nog een (relatief bescheiden) boete van 10% opgelegd. Deze BV op haar beurt wilde dat als er al een aanslag moest komen, dat deze werd neergelegd bij de VOF en de Poolse werknemers (of firmanten?) in de strop zouden delen. Het Gerechtshof Amsterdam oordeelde dat er helemaal geen VOF was: de Polen waren gewoon bij de BV in dienstbetrekking werkzaam. De dienst, het beschikbaar stellen van personeel, was in fiscaal opzicht dan ook niet door deze Polen maar door de BV verricht, en daar belast naar het tarief van 19%. De Hoge Raad nam de overwegingen van het Hof volledig over.

Gevolgen
Met dit arrest zijn de Polen in veilige haven, al kan het nog zo zijn dat de BV het door haar te betalen bedrag zal proberen te verhalen op haar – in de ogen van de BV althans – medevennoten. Hierbij zal bepalend zijn de vraag hoe het contract op dit punt luidt alsmede of de burgerlijke rechter ook hier het bestaan van een dienstbetrekking (en dus niet van een firma) overneemt. De BV moet hier de OB betalen, en als ze dat niet kan is de kans erg groot dat de bestuurder van de BV aansprakelijk wordt gesteld. Belangrijker is de vraag of ook de opdrachtgever (de boer of tuinder) het risico loopt aansprakelijk gesteld te worden voor de nageheven omzetbelasting. En die kans is helemaal niet denkbeeldig. De Invorderingwet biedt zeker de ruimte om de opdrachtgever in dit soort gevallen aansprakelijk te stellen, voor de verschuldigde belasting en de achterstallige rente hierover. Anders dan de aansprakelijk gestelde bestuurder kan de inlener (de arbeid inhurende boer of tuinder) niet aansprakelijk gesteld worden voor de mogelijk verschuldigde boete. Absolute zekerheid dat de opdrachtgever in fiscaal opzicht buiten schot blijft kan nooit verkregen worden. Maar wie met uitzendbureaus die dit soort schimmige constructies gebruiken in zee gaat neemt een levensgroot risico.

mr. S.F.J.J. Schenk, directeur adviesgroep Fiscale Zaken van de Gibo Groep en voorzitter van de Nederlandse Federatie van Belastingadviseurs

Meer informatie Volledige uitspraak van de Hoge Raad
Lees ook Constructie met Polen mislukt

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.