Home

Achtergrond 751 x bekeken

Natuurbeschermingsvergunning vraagt passende beoordeling

Voor realisatie van plannen of projecten die negatieve gevolgen hebben in of bij Natura 2000-gebieden is een vergunning op basis van de Natuurbeschermingswet 1998 vereist. Dit artikel gaat in op de hiervoor benodigde beoordeling aan de hand van de uitspraak door Rechtbank Alkmaar op 20 november 2007.

Voor plannen of projecten die niet direct verband houden met of nodig zijn voor het beheer van het gebied, maar die afzonderlijk of in combinatie met andere projecten of handelingen significante gevolgen kunnen hebben voor dat gebied, moet de initiatiefnemer een passende beoordeling maken. Dit is een rapport waarin alle mogelijke (negatieve) gevolgen van het project voor het gebied zijn weergegeven. Indien hieruit blijkt dat natuurlijke kenmerken worden aangetast, kan het project alleen worden vergund wanneer er dwingende redenen zijn om het plan door te laten gaan, er geen alternatieve oplossing is en compensatie plaatsvindt.

Het laten opstellen van een passende beoordeling kost tijd en geld. Voor personen die tegen het plan of project zijn, is een passende beoordeling een goed onderdeel van de vergunningaanvraag om bezwaren tegen te richten en zo de vergunningverlening te verhinderen. Er is geen passende beoordeling nodig, als het project of plan onderdeel is van het beheersplan voor dat gebied. In de praktijk is het vaak nog onduidelijk wanneer sprake is van een project dat ‘direct verband houdt of nodig is voor het beheer’ en wanneer een passende beoordeling is vereist. De rechtbank Alkmaar heeft voor het eerst stilgestaan bij de betekenis van de zinsnede ‘direct verband houdende of nodig voor het beheer’.

Situatie
In deze situatie ging het om de verharding van een kavelpad met een lengte van 350 meter en een breedte van 5 meter door de Eilandspolder in de gemeente Schermer. Voor dit pad had het college van B&W (verweerder) een aanlegvergunning verleend. Eiser meent dat verweerder bij vergunningverlening ten onrechte geen onderzoek heeft gedaan naar de effecten van de aanleg van het verharde pad op de natuur van de Eilandspolder. Volgens eiser had een passende beoordeling moeten worden gemaakt, omdat de aanleg van dit verharde pad ‘niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer’ van het gebied. Volgens verweerder is dit pad wel nodig voor het beheer en hoeft geen passende beoordeling te worden opgesteld. Daar komt bij dat de aanleg van het pad al is opgenomen in het ‘Polderplan Eilandspolder’, wat is aan te merken als een beheersplan.

Oordeel van de rechter
De rechter gaat in zijn oordeel eerst in op de vraag wanneer sprake is van een project of plan. Vervolgens gaat hij in op de vraag wanneer een passende beoordeling noodzakelijk is. De Habitatrichtlijn zelf – en daarom ook de Natuurbeschermingswet 1998 – bevat geen definitie van de begrippen ‘plan’ en ‘project’. Voor het begrip project sluit de rechter, net als in de eerdere uitspraak over de kokkelvisserij, aan bij de MER-richtlijn. Hierin wordt onder project verstaan:

  • de uitvoering van bouwwerken of de totstandbrenging van andere installaties of werken;
  • andere ingrepen in natuurlijk milieu of landschap, inclusief de ingrepen voor de ontginning van bodemschatten.
Gelet hierop meent de rechtbank dat hier sprake van een project. Over de vraag of dit project ‘direct verband houdt en nodig is voor het beheer van de speciale beschermingszone’ overweegt de rechter het volgende. In het Polderplan van de Eilandspolder staat ‘het behouden en versterken van de natuurwaarden en met name de weidevogelpopulatie in de graslanden’ centraal. Het verwijst echter niet naar de Habitatrichtlijn en beoogt niet de instandhoudingsmaatregelen uit de Habitatrichtlijn vast te stellen. Het Polderplan is daarom geen beheersplan.

Verder blijkt dat het verharde pad ten dienste staat van het agrarisch beheer van de percelen grond in de Eilandspolder, die in gebruik zijn bij een agrariër. Het bedrijf van deze agrariër is voor een efficiëntere bedrijfsvoering gebaat bij de aanleg van de verharding. Het maakt een meer rendabele manier van bedrijfsvoering mogelijk. Het verharde pad is mede vanuit commercieel oogpunt gerealiseerd. Er is daarom hier geen sprake van een project dat ‘direct verband houdt met of nodig is voor het Natura 2000-gebied’. Een dergelijk project kan significante gevolgen hebben voor het betrokken gebied. Er had daarom een passende beoordeling moeten worden gemaakt.

In dit geval is bij voorbereiding van de aanlegvergunning in het geheel niet onderzocht of uitgesloten dat het project significante gevolgen heeft voor het Natura 2000-gebied Eilandspolder, afgezet tegen de instandhoudingsdoelstellingen daarvan. Het besluit is daarom niet zorgvuldig tot stand gekomen. De rechter verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit (de verleende vergunning). Verweerder moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de uitspraak van de rechter.

Betekenis voor de praktijk
Tegen deze uitspraak van de rechtbank Alkmaar staat nog beroep open bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS). Omdat de rechtbank voor de uitleg van de zinsnede ‘direct verband houdende of nodig voor het beheer’ verwijst naar de Handleiding van de Europese Commissie bij de Habitatrichtlijn, is de kans groot dat de ABRvS zich aansluit bij deze overweging. De praktijk heeft baat bij deze uitspraak, omdat nu veel duidelijker is wanneer een passende beoordeling noodzakelijk is. Een besluit over vergunningverlening hoeft dan minder snel te struikelen over de vraag of een passende beoordeling wel of niet vereist was.

Mr. ir. J.M.M. Kroon, werkzaam bij A&S Advocaten in Wageningen

Lees ook Zoekresultaten op Agrocount.nl met trefwoord ‘Natura 2000’

Meer informatie Uitspraak Rechtbank Alkmaar, 20 november 2007

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.