Home

Achtergrond 254 x bekeken

Geen waardedruk wegens duurzame zelfbewoning op bedrijfsopstallen

De Hoge Raad heeft besloten dat op bedrijfsgebouwen geen waardedruk wegens duurzame zelfbewoning mogelijk is. Dit arrest van 25 april 2008 is het eerste van de Hoge Raad naar aanleiding van een reeks proefprocedures.

Als een bedrijfswoning wordt overgebracht van het ondernemingsvermogen naar het privé-vermogen door bijvoorbeeld verkoop of staking van de onderneming, komt de stille reserve die in de woning schuilt vrij. Over het verschil tussen de fiscale boekwaarde en de vrije waarde in het economische verkeer (WEV) is belasting verschuldigd. Wordt echter de woning aangehouden om er duurzaam in te blijven wonen, dan wordt er een correctie op de WEV gemaakt: de zogenoemde factor wegens duurzame zelfbewoning.

In de praktijk wordt deze waardedrukkende factor – afhankelijk van de leeftijd van de bewoners – gesteld op een gedeelte tussen de 25 tot 35 procent van de vrije waarde. Deze percentages waardedruk volgen uit een besluit van de staatssecretaris van Financiën en levert in de praktijk weinig discussie (meer) op.

Er is echter wel discussie over de vraag welke gebouwen dan onder de waardedruk vallen. Geldt de waardedruk alleen voor de woning of geldt deze ook voor de nabijgelegen bedrijfsgebouwen? In een reeks van proefprocedures wordt momenteel uitgezocht waar de grens ligt. De Hoge Raad heeft in een recent arrest een eerste uitspraak gedaan. Volgens de Hoge Raad is er slechts reden voor het in aanmerking nemen van min of meer duurzame zelfbewoning bij de tot het complex behorende onroerende zaken die op het moment van staking van de onderneming min of meer duurzaam voor woondoeleinden werden gebruikt.

Kort samengevat is de uitspraak van de Hoge Raad de volgende:

Een agrariër heeft zijn landbouwbedrijf in 2001 gestaakt. De tot het ondernemingsvermogen behorende woning met erf, twee bioloodsen en landbouwgrond zijn overgebracht naar het privévermogen. Bij de bepaling van de WEV is uitgegaan van de complexwaarde. Het hof in Den Haag zag geen reden voor het in aanmerking nemen van een waardedrukkende factor wegens duurzame zelfbewoning voor de bioloodsen en een restperceel. Hiertegen komt de agrariër vergeefs in cassatie.

De Hoge Raad vindt dat gekeken moet worden naar welke onderdelen van een complex van onroerende zaken ook voor de (min of meer) duurzame zelfbewoning gebruikt worden op het moment van staking van de onderneming. Alleen die onderdelen komen dan volgens de Hoge Raad voor waardedruk in aanmerking. Nu blijkt dit niet het geval voor de bioloodsen en het restperceel. De inspecteur en het hof krijgen dus gelijk over de bioloodsen en het restperceel.

De zaak wordt echter verwezen naar een ander hof, omdat het hof in Den Haag een ander onderdeel van de zaak niet had besproken (de waardering van het erfperceel, door de inspecteur gesplitst in erf en een restperceel).

Mr. P.L.F. Seegers (voorzitter Platform landbouwnormen, werkzaam bij Belastingdienst Oost). Geschreven op persoonlijke titel

Lees ook Geen rekening houden met agrarische bestemming

Meer informatie Uitspraak Hoge Raad, 25 april 2008

Meer informatie Uitspraak hof Den Haag, 3 april 2007

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.