Home

Achtergrond 176 x bekeken

Bedrijfswoning toegestaan, ondanks afsplitsing oorspronkelijke bedrijfswoning

Een paardenfokker wilde bij zijn agrarische gebouwen een bedrijfswoning realiseren. Een aanvraag voor vrijstelling is door de gemeente Zeevang afgewezen. De bestemming van de oorspronkelijke bedrijfswoning was eerder al gewijzigd in wonen. Volgens de Rechtbank Haarlem is de bestemmingsplankaart echter leidend, en op basis daarvan, dient de vrijstelling te worden verleend. De Raad van State bevestigt in hoger beroep deze uitspraak.

Het betreffende perceel heeft de bestemming “bebouwing voor agrarische doeleinden (Aa)”. Ingevolge de bij het bestemmingsplan behorende voorschriften zijn de aangewezen gronden bestemd voor agrarisch gebruik en de voor de uitoefening van het agrarisch bedrijf ter plaatse nodige bouwwerken, uitgezonderd kassen. Ook is bepaald dat ten aanzien van de bebouwing van de in het eerste lid bedoelde gronden per op de kaart aangegeven bebouwingsvak slechts één bedrijfswoning mag worden gebouwd. Verder is bepaald dat woonhuizen worden gerekend te blijven behoren tot het bedrijf waartoe zij bij de bouw behoorden, tenzij het bedrijf is gesplitst ten gevolge van een ander bodemgebruik.

Het agrarische bebouwingsvak waar het hier om gaat, maakte oorspronkelijk deel uit van een groter bebouwingsvak waarbinnen de agrarische bedrijfsvoering vanuit het perceel waar nu een woning staat plaats vond. Het agrarische bedrijf is beëindigd en daarna is de bij dat bedrijf behorende bedrijfswoning afgesplitst. Niet in geschil is verder dat het perceel met woning de bestemming "woningen met tuinen en erven" heeft gekregen.

Naar het oordeel van de rechtbank vormen de planvoorschriften in het onderhavige geval geen beletsel voor het oprichten van een agrarische bedrijfswoning op het perceel met de agrarische opstallen. Het perceel waarop de voormalige bedrijfswoning is opgericht, is planologisch afgesplitst van perceel met de bedrijfsgebouwen en valt onder een ander bestemmingsplan. Aangezien de werking van een bestemmingsplan zich beperkt tot de grenzen van dat plan, dient bij de toepassing van de planvoorschriften van het bestemmingsplan de buiten de grenzen van het plan gelegen voormalige bedrijfswoning buiten beschouwing te worden gelaten, hetgeen betekent dat op het betreffende agrarische bebouwingsvak nog geen bedrijfswoning aanwezig is. De vrijstelling om een bedrijfswoning te mogen bouwen is dus ten onrechte geweigerd.

Meer informatie Uitspraak Raad van State
Meer informatie Uitspraak Rechtbank Haarlem

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.