Home

Achtergrond 93 x bekeken

Topigs: vitaliteitsfokkerij werkt

Bij grotere tomen biggen hoeft de uitval niet toe te nemen.

Die conclusie trekt fokkerijorganisatie Topigs uit de technische resultaten van 2007 van 942 bedrijven die met Topigs zeugen werken. De 942 bedrijven hadden in totaal 368.000 zeugen.

De gemiddelde toomgrootte kwam voor 2007 uit op 12,75 biggen. In 2006 waren dat er 12,47. De toomgrootte is dus met 0,28 big gegroeid. Het uitvalspercentage tot spenen daalde licht van 12,2 procent naar 12,1 procent. Per jaar produceerden de Topigs zeugen gemiddeld 26,36 biggen. Vergeleken met 2006 is dit een stijging van 0,65 big. De 25 procent beste bedrijven kwamen zelfs uit op een productie van 28,52 biggen per zeug. Topigs meldt dat op 22 bedrijven de het aantal gespeende biggen per zeug per jaar uitkwam op 30 biggen of meer.

De algemeen heersende verwachting in de praktijk is dat bij grotere tomen de uitval van biggen toeneemt. Volgens Topigs logenstraffen deze gegevens echter deze veronderstelling. Een grotere toom met een iets lager gewicht hoeft niet tot een hogere uitval te leiden. Topigs trekt de conclusie uit deze cijfers dat haar fokkerijaanpak met meer nadruk op de vitaliteit van biggen succesvol is.

De gegevens waarop Topigs zich baseert zijn afkomstig uit zeugenmanagementsystemen die de Zeugenhouders hebben ingestuurd. Ook zijn gegevens van bedrijven met eigen aanfok die gekoppeld zijn aan het Pigbase-systeem van Topigs verwerkt.

Of registreer je om te kunnen reageren.