Home

Achtergrond 301 x bekeken

Kweekkas of erfverharding vormen één bedrijfsmiddel met ondergrond

Keuze blijft keuze

Onroerende zaken zijn de afgelopen jaren fors in waarde gestegen. Op zich is dit voor de eigenaar een prima zaak. Echter, als de onroerende zaak tot het ondernemingsvermogen behoort – en de landbouwvrijstelling niet van toepassing is – dient over de waardestijging met de fiscus afgerekend te worden. Deze afrekening komt bij verkoop van de onroerende zaak of de staking van de onderneming aan de orde.

Bedrijfsmiddelen die gemengd (voor zakelijke en voor privé-doeleinden) worden gebruikt, vormen vaak keuzevermogen. Dit wil zeggen dat zo’n bedrijfsmiddel zowel op de ondernemingsbalans gezet mag worden als op de privé-balans. Wordt echter eenmaal voor privé- of ondernemingsvermogen gekozen, dan zit je daar ook aan vast. De keuze kan – zogenoemde bijzondere omstandigheden daargelaten – niet teruggedraaid worden.

Een andere vraag is of ondergrond en opstal één bedrijfsmiddel vormen en dus samen geëtiketteerd moeten worden. Hierbij geldt als hoofdregel dat de ondergrond bij de opstal hoort. Zij vormen samen één bedrijfsmiddel. Het is dan veelal ook niet mogelijk om ondergrond en opstal apart te etiketteren.

Bovenstaande spelregels rondom de vermogensetikettering komen ‘mooi’ naar voren in een recente uitspraak van de rechtbank in Breda.De door de rechtbank in Breda beslechte zaak is kort samengevat de volgende:

Een agrarische ondernemer exploiteert een kwekerij die hij in 2002 heeft gestaakt. Hij heeft op hetzelfde terrein als zijn woonhuis een schuur. De schuur heeft hij bij de verkrijging in 1976 tot zijn privévermogen gerekend. Na de verkrijging heeft hij op het terrein een kweekkas gebouwd, investeringen gedaan in een erfverharding, die alle zonder ondergrond tot het ondernemingsvermogen werden gerekend. In 1986 is de schuur tot het ondernemingsvermogen gaan behoren. Voor het uitoefenen van de onderneming heeft de kweker elders in de gemeente een stuk grond.

In geschil is of het terrein bij het woonhuis, de schuur, de kweekkas en de erfverharding ten tijde van de staking tot het ondernemingsvermogen behoren. De rechtbank leidt uit de stukken af dat de belanghebbende het terrein tot het privévermogen heeft mogen rekenen. Dit geldt eveneens voor de schuur. Er is sprake van keuzevermogen. Nu zich geen bijzondere omstandigheid heeft voorgedaan die de keuzeherziening in 1986 rechtvaardigt, draait de rechtbank de overbrenging van de schuur naar het ondernemingsvermogen terug. De kweker is aan zijn eerste keuze gebonden.

De kas en de erfverharding heeft belanghebbende tot het ondernemingsvermogen mogen rekenen, echter niet zonder de ondergrond, nu gebouw en grond als een geheel dient te worden beschouwd. De boekwinst op de kweekkas en de erfverharding inclusief de ondergrond dienen tot de stakingswinst te worden gerekend. Het beroep wordt (gedeeltelijk) gegrond verklaard.

Mr. P.L.F. Seegers (voorzitter Platform landbouwnormen, werkzaam bij Belastingdienst Oost). Geschreven op persoonlijke titel

Lees ook Zoekresultaten op Agrocount.nl met trefwoord ‘ondergrond’

Meer informatie Uitspraak Rechtbank Breda, 6 februari 2008

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.