Home

Achtergrond 140 x bekeken

Kinderen krijgen geen vrijstelling voor ‘andere gevallen’

Kinderen hebben slechts onder voorwaarden recht op een (kleine) vrijstelling in de successiewet. Als niet aan de voorwaarden wordt voldaan, is er geen enkele vrijstelling van toepassing. Dit heeft als gevolg dat de volledige erfrechtelijke verkrijging belast is met successierechten. In een recente uitspraak heeft de Hoge Raad beslist dat kinderen ook geen recht hebben op de vrijstelling voor 'andere gevallen'.

Gezonde kinderen in de leeftijd tussen de 23 en 60 jaar hebben slechts een vrijstelling voor het successierecht van €10.150 als het saldo van de verkrijging niet meer dan €26.852 bedraagt (bedragen 2008). Heeft de erfgenaam ‘pech’ dat hij/zij gezond is, in de genoemde leeftijdscategorie valt en meer dan het laatste bedrag erft, dan is de gehele erfrechtelijke verkrijging belast. Twee kinderen hebben tevergeefs tot aan de Hoge Raad geprocedeerd om een andere vrijstelling in de wacht te slepen. Deze vrijstelling voor 'andere gevallen' is volgens de Hoge Raad echter niet van toepassing.

De zaak lag als volgt:

Twee kinderen verkrijgen in 2002 uit de nalatenschap van hun vader ieder €109.797. De vrijstelling van onderdeel d van artikel 32 Successiewet 1956 (SW) mist toepassing vanwege de hoogte van de verkrijging. Bij het Hof in Arnhem is in geschil of de beide kinderen recht hebben op toepassing van de in artikel 32, eerste lid, aanhef en onder 7 opgenomen vrijstelling voor 'andere gevallen'. Het gerechtshof in Arnhem heeft de vraag ontkennend beantwoord.

Artikel 32 SW, eerste lid, aanhef luidt:
’Van het recht van successie is vrijgesteld, hetgeen wordt verkregen:’
Artikel 32 SW, eerste lid, 4b en 4c
beschrijven welke kinderen wel vrijstelling hebben, namelijk die jonger zijn dan 23 en/of die waarschijnlijk arbeidsongeschikt zijn.
Artikel 32 SW, eerste lid, 4d luidt:
‘kinderen voor wie de vrijstelling onder b en c genoemd niet van toepassing is: €10.150 indien het saldo van de verkrijging niet meer bedraagt dan €26 852;’
Artikel 32 SW, eerste lid, 7 luidt:
’in andere gevallen, tot een bedrag van €1942. Indien meer dan het vrijgestelde wordt verkregen, is het recht slechts over het meerdere verschuldigd;’

De kinderen hebben vervolgens beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond en beslist dat de kinderen geen recht hebben op de vrijstelling voor 'andere gevallen'. De kinderen betalen dus successierechten over hun hele erfenis.

De Hoge Raad verwees daarbij naar de wetswijziging per 1 januari 2002, waarin de drempelvrijstelling van artikel 32 SW, eerste lid, aanhef en onder 7 is omgezet in een voetvrijstelling. Volgens de Hoge Raad was het klaarblijkelijk de bedoeling van de wetgever de nieuwe voetvrijstelling uitsluitend toe te kennen aan verkrijgers in de tariefgroepen II en III (kinderen vallen onder I). Tekst noch systeem van artikel 32 SW verzet zich ertegen het eerste lid, aanhef en onder 7, uit te leggen volgens deze bedoeling van de wetgever.

Mr. P.L.F. Seegers (voorzitter Platform landbouwnormen, werkzaam bij Belastingdienst Oost). Geschreven op persoonlijke titel

Lees ook Zoekresultaten op Agrocount.nl met trefwoord ‘successiewet’

Meer informatie Uitspraak Hoge Raad, 18 januari 2008

Meer informatie Wetten.overheid.nl; zoek op “Successiewet 1956”

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.