Home

Achtergrond 333 x bekeken

Kampeerboerderij mag in LOG

Een agrariër mag een kampeerboerderij beginnen in een landbouwontwikkelingsgebied (LOG) volgens een uitspraak van de Raad van State op 15 februari 2008. De provincie Noord-Brabant wees toestemming voor de kampeerboerderij af, omdat deze andere agrarische bedrijven in het LOG zou kunnen hinderen.

Volgens artikel 28, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, gelezen in samenhang met artikel 10:27 van de Algemene wet bestuursrecht, rust op het college van Gedeputeerde Staten de taak om - in voorkomend geval mede op basis van de ingebrachte bedenkingen - te onderzoeken of een (wijziging aan een) bestemmingsplan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Daarbij moet het college rekening houden met de vrijheid van de gemeenteraad om bestemmingen aan te wijzen en voorschriften te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. Daarnaast moet het college er op toe zien dat het plan en de totstandkoming daarvan niet in strijd zijn met het recht.

Het plan voor de kampeerboerderij leidde tot een gedeeltelijke herziening van het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ van de gemeente Hilvarenbeek. Aanleiding daarvoor was weer de ‘Pilot Biest-Houtakke’ (hierna: de pilot). Onderdeel van de pilot is het verplaatsen van het bestaande rundveebedrijf van de appellant in de dorpskern naar een perceel net buiten de kern. Op het perceel buiten de kern stond al een agrarisch bedrijf zonder bedrijfswoning. Nu kocht de veehouder het laatste perceel, waarop de gemeenteraad uitbreiding van het agrarische bouwblok, een woning en een kampeerboerderij toestond.

Het college keurde de herziening van het bestemmingsplan af. Het college stelt dat het provinciaal beleid vestiging van een verblijfsrecreatiebedrijf in een landbouwontwikkelingsgebied niet toestaat. In dit geval zou toestemming het reconstructiebeleid ernstig frustreren. In het LOG mogen agrarische bedrijven geen hinder ondervinden bij eventuele nieuwbouw of uitbreiding van (intensieve) veehouderij. In dit reconstructiebeleid is geen expliciete toestemming opgenomen voor een eventuele kampeerboerderij. Het college schrapte bij aanpassing van het bestemmingsplan de woorden ‘en kampeerboerderij’.

De agrariër stelt dat namens het provinciebestuur de verwachting is gewekt dat zou worden ingestemd met een kampeerboerderij op de nieuwe locatie. Verder betoogt hij dat het college onvoldoende motiveerde waarom de kampeerboerderij geen verbrede landbouw is. Ten derde voert hij aan dat het college voorbij is gegaan aan het feit dat een win-winsituatie zou worden gecreëerd. Het college was nauw betrokken bij de pilot, omdat dit een experiment vormde voor de gehele provincie in relatie tot de reconstructiedoelen.

De voorzitter van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vindt dat voldoende gemotiveerd is dat de kampeerboerderij onder de verbrede landbouw valt en dat de provincie ook de indruk wekte aan de vestiging van een kampeerboerderij op de nieuwe locatie mee te werken. Hij verklaart het beroep van de agrariër gegrond en vernietigt het provinciebesluit zover het de doorhaling van de woorden ‘en kampeerboerderij’ betreft.

Lees ook Zoekresultaten op Agrocount.nl met trefwoord ‘nevenactiviteiten’

Meer informatie Uitspraak Raad van State, 15 februari 2008

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.