Home

Achtergrond 122 x bekeken

Hoge voedselprijzen? Prima!

Discussie over voedselcrisis staat bol van opportunisme. Dat is voor niemand goed.

Nog niet zo lang geleden sprak de derdewereldbeweging schande van het EU-landbouwbeleid. Wij dumpten goedkope landbouwproducten in arme landen waardoor lokale boeren weggeconcurreerd werden. Nu klagen dezelfde organisaties dat, mede door het EU-biobrandstoffenbeleid, de voedselprijzen juist te hoog zijn.

Het is maar een voorbeeld van het gedraai in de emotionele debatten over de wereldvoedselsituatie. Ook de landbouw zelf blaast een deuntje mee. Neem het NAJK. Dat noemt het omzetten van landbouwgrond in natuur ‘een misdaad tegen de menselijkheid’. Toe maar. Zo scherp zegt LTO het niet, maar ook die laat geen kans liggen om vanwege de honger in de wereld te pleiten tegen natuuraanleg.

Maar als het deze boerenorganisaties echt om de hongerbestrijding gaat, waarom horen we ze dan niet over de biobrandstoffen die, hoe je het ook wendt of keert, een beslag leggen op land waar je ook voedsel kunt verbouwen? Waarom voeren we krap de helft van de wereldgraanoogst aan vee? Waarom geen protesten als boeren voor €100.000 per hectare wijken voor woningbouw?

Het antwoord is simpel: landbouw is een economische activiteit. Agrarische ondernemers laten zich leiden door financieel-strategische afwegingen. Dé drijfveer is niet mensen voeden, maar omzet maken. Natuurlijk, een deel van de beroepstrots zit hem in het gevoel dat je mensen voedt. Maar uiteindelijk draait het om de knikkers. Voor natuur beur je nu eenmaal minder dan voor asfalt.

Uiteraard is het van de zotte om ‘land aan de zee terug te geven’. Daarover geen twijfel. Maar niet omdat je met de Zeeuwse Hedwigepolder de wereld kunt voeden. En zijn de voedselprijzen hoog? Mooi zo! Een betere manier om de productie te stimuleren is er niet. De voedselcrisis is een kwestie van gebrek aan koopkracht. Sloppenwijkbewoners zijn niet geholpen met een ander landbouwbeleid, maar met armoedebestrijding.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.