Home

Achtergrond 106 x bekeken

Emigratie-constructie met bv strandt bij gerechtshof

Veel emigrerende ondernemers die in het buitenland een nieuw bedrijf willen opzetten, maken gebruik van de mogelijkheden die de besloten vennootschap (bv) biedt. Een van de varianten die ondernemers kunnen gebruiken, is de faciliteit van de geruisloze inbreng. Het gerechtshof in Arnhem oordeelde dat een agrarisch bedrijf niet geruisloos in een bv kan overgaan die vervolgens het bedrijf in gedeelten verkoopt.

Bij geruisloze inbreng moet de bv die de onderneming overneemt, de bedoeling hebben om de onderneming voort te zetten. Is de inbreng in de bv slechts onderdeel van een stappenplan om de Nederlandse onderneming te staken, dan werkt de constructie niet (en moet de ondernemer betalen voor de stakingswinst). Dit is het oordeel van het gerechtshof in Arnhem in een uitspraak van 13 maart 2008. Met deze uitspraak wordt de eerdere beslissing van de rechtbank in deze zaak overruled.

De door het gerechtshof beslechte zaak is kort samengevat de volgende:

Een agrariër drijft, aanvankelijk in firmaverband en later in de vorm van een eenmanszaak, een agrarische onderneming in Nederland. Deze onderneming wordt door hem geruisloos (met terugwerkende kracht) per 31 december 1998 ingebracht in een bv. Eind 2000 heeft de bv een agrarische onderneming in Duitsland gekocht. De agrariër is in 2002 naar Duitsland geëmigreerd. In Nederland zijn de activiteiten geleidelijk afgebouwd en uiteindelijk in 2004 volledig beëindigd. De inspecteur heeft het standpunt ingenomen dat belanghebbende ten onrechte gebruik heeft gemaakt van de geruisloze inbrengfaciliteit. Daarom legde de inspecteur de onderhavige navorderingsaanslag op, die echter door de rechtbank in Arnhem is vernietigd.

Hiertegen komt de inspecteur met succes in hoger beroep. Het hof is namelijk van oordeel dat belanghebbende een stappenplan heeft ontwikkeld en uitgevoerd, gericht op de liquidatie van de agrarische onderneming in Nederland en de start van een nieuwe agrarische onderneming in Duitsland. Hiervan maakte de inbreng in de bv een zeer wezenlijk onderdeel uit. Gelet op de jurisprudentie van de Hoge Raad bestaat er dan geen recht op de bedoelde faciliteit. Anders dan de rechtbank oordeelde, is volgens het hof niet van belang dat sprake is van een geleidelijke liquidatie. De stelling van de ondernemer dat de navorderingsaanslag te laat is opgelegd, wordt niet gedeeld door het hof. De conclusie luidt dat de navorderingsaanslag terecht is opgelegd.

Mr. P.L.F. Seegers (voorzitter Platform landbouwnormen, werkzaam bij Belastingdienst Oost). Geschreven op persoonlijke titel

Lees ook Zoekresultaten op Agrocount.nl met trefwoord ‘geruisloze’ (inbreng)

Lees ook Zoekresultaten op Agrocount.nl met trefwoord ‘emigratie’

Meer informatie Uitspraak Hof Arnhem, 13 maart 2008

Meer informatie Uitspraak Rechtbank Arnhem, 6 november 2006

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.