Home

Achtergrond 231 x bekeken

Bouwvergunning na slooppremie verhoogt stakingswinst

Een veehouder stopt met boeren en doet mee aan de Regeling beëindiging veehouderijtakken van het ministerie van LNV. Daartoe moest hij de opstallen van het bedrijf laten slopen en het terrein laten egaliseren. Hij ruilt een stuk grond van zijn voormalig bedrijf met een ander perceel, waarop hij een tweede woning laat bouwen. De belastinginspecteur ziet in de vergunning daarvoor een nagekomen bedrijfsbate, evenals het gerechtshof in Arnhem op 4 april 2008.

De Regeling beëindiging veehouderijtakken (RBV) bepaalt dat de sloopsubsidie wordt ingetrokken als later alsnog een bouwvergunning wordt toegekend voor een woning. De belanghebbende, de veehouder dus, betaalde de in 2001 ontvangen sloopsubsidie terug in 2002. De Inspecteur merkte de waarde van het bouwrecht in 2002 aan als een nagekomen bedrijfsbate uit haar veehouderij, wel met aftrek van de sloopkosten en de terugbetaalde sloopsubsidie. De inspecteur telde de resulterende bedrijfsbate op bij het inkomen uit werk en woning van het jaar 2002.

Pas ter zitting van het Hof op 21 februari 2008 brengt de gemachtigde van belanghebbende naar voren dat terzake van het bouwrecht er sprake is van een etiketteringsfout die door middel van de foutenleer in 2002 kan worden hersteld. De Inspecteur stelde dat hij zich niet heeft kunnen voorbereiden en verzoekt het hof dit buiten beschouwing te laten, wat het hof ook honoreert.

Volgens vaste jurisprudentie is de afwikkeling van een bedrijf nog niet voltooid als er op het moment van de bedrijfsstaking nog activa of passiva zijn die nog baten (of verliezen) kunnen opleveren. De activa blijven onder dergelijke omstandigheden tot het vermogen van de gestaakte onderneming behoren en kunnen alsnog winsten of verliezen opleveren in daaropvolgende jaren.

Door de toekenning van de bouwvergunning geniet belanghebbende een voordeel ter grootte van de waardestijging van de grond met agrarische bestemming naar grond als bouwkavel. De Inspecteur stelde deze bate vast op €197.841 aan de hand van een taxatierapport van 1 december 2003, welke taxatie niet door de veehouder is aangevochten. Nu eerst in juni 2002 de onzekerheid over de al dan niet verlening van een bouwvergunning is verdwenen, is dat het moment waarop de omvang van het voordeel vastgesteld moet worden. De door de veehouder overgelegde taxatie volgens de situatie van 31 december 2000 is daarom niet van toepassing. De veehouder voert nog op dat hij voorheen subjectieve voordelen genoot uit zijn onderneming, maar hier is het rechtsverslag niet duidelijk over, terwijl de uitspraak van de rechtbank niet gepubliceerd is.

Met voorgaande redenering verklaart het hof het beroep van de veehouder ongegrond. Deze ondernemer moet de door de inspecteur vastgestelde inkomstenbelasting. betalen.

Lees ook Zoekresultaten op Agrocount.nl met trefwoord ‘staking’

Lees ook Agrocount Studiebijeenkomst op 4 juni 2008: Rood voor Rood en de fiscus

Meer informatie Uitspraak Hof Arnhem, 2 april 2008

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.