Home

Achtergrond 98 x bekeken 1 reactie

Beleid bij hoge prijzen vaak kortzichtig

De sterk gestegen voedselprijzen leiden tot ernstige zorgen over de voedsel- en voedingssituatie onder armen, inflatie en sociale onrust. Arme én rijke landen hebben een rol in het onder controle krijgen van de prijzen, stelt Joachim von Braun, directeur van Ifpri, een hoog aangeschreven onderzoeksinstituut voor voedselpolitiek.

Vrijwel elk landbouwproduct maakt deel uit van de opwaartse prijsspiraal. Landen nemen verschillende maatregelen om de effecten van hogere prijzen op de eigen markt én gevolgen voor specifieke bevolkingsgroepen te beperken.
De gevolgen verschillen sterk per land en bevolkingsgroepen. Landen die als netto-exporteur van voedsel te boek staan, profiteren in de handel. Netto-voedselimporteurs moeten vechten om in de binnenlandse vraag te voorzien. Bijna alle Afrikaanse landen importeren granen en worden hard getroffen door de prijsstijgingen. Op huishoudniveau zijn de gevolgen het grootst voor de mensen die zich dat het minst kunnen permitteren - de armen. De voedingswaarde is voor deze groep ook in het geding..
Prijscontrole en veranderingen in de im- en exportpolitiek kunnen een deeltje van de problemen oplossen voor arme mensen. Dit beleid kan echter als een boemerang terugkeren, omdat het de internationale markt verkleint en meer aan schommelingen onderhevig maakt. Prijscontrole reduceert de opbrengstprijs van boeren en ontneemt hen de prikkel meer te produceren. Bovendien zijn exportbeperkingen en importsubsidies nadelig voor handelspartners.
Specifiek beleid is nodig om de oorzaken en gevolgen van hoge voedselprijzen aan te pakken. Er zijn effectieve en samenhangende acties te nemen om de meest kwetsbare mensen te helpen op korte termijn, en tegelijk te werken aan stabilisatie van voedselprijzen door middel van verhoging van de landbouwproductie.
Ten eerste moeten regeringen van arme landen hun sociale programma’s vergroten. Landen die deze niet hebben, moeten ze direct instellen. Hulpdonoren moeten hun voedselgerelateerde ontwikkelingshulp verhogen.
Westerse landen moeten ten tweede het subsidiëren van biobrandstoffen stoppen en hun markt openen voor exporteurs zoals Brazilië. De steun verstoort de markt en werkt als een soort belasting van basisvoedsel. Boeren in rijke landen moeten hun bouwplan baseren op de wereldmarkt, niet op subsidies.
Rijke landen moeten ten derde hun handelsbarrières op landbouwgebied beëindigen. Eerlijke handel geeft boeren in arme landen de prikkel meer te produceren bij gunstige prijzen.
Het vierde punt is dat arme landen hun investeringen opvoeren in onderzoek, rurale infrastructuur en markttoegang voor kleine boeren. Recente sociale onrust kan overheden ertoe verleiden de belangen van stadsbewoners boven die van het platteland te stellen, maar dit zou kortzichtig en contraproductief zijn.
De landbouw in de wereld heeft nieuwe uitdagingen, die ook risico’s voor het bestaan van arme mensen inhouden. Met het oog op de stijgende voedselprijzen hebben zowel rijke als arme landen een rol in het creëren van een wereld waarin alle mensen genoeg voedsel hebben voor een gezond en productief leven.

Administrator

Eén reactie

  • no-profile-image

    f fransen

    het Ifpri, de Fao, de wereldbank en alle goed bedoelende instituten kennen de statistieken van bevolkingsgroei, groeiende inkomen van mensen en de limieten van landbouwgronden sinds lange tijd en hebben er nooit iets aan gedaan, de meeste instituten zoals FAO hadden, hebben alleeen maar oog voor Subsistance ( overlevingslandbouw ) en nu het oogenschijnlijk te laat is komen ze allen met het verhaal " we hebben het toch gezegd " dit is geleuter in de marge " de mogelijk van goede wil zijnde profesoren die dieze instututen leiden zouden beter eens hun gezonde boeren verstand gebruiken

Of registreer je om te kunnen reageren.