Home

Achtergrond 430 x bekeken

Vaststelling waarde verhuurde grond voor gaswinning

Een erflaatster overleed in 2004 en liet grond na dat ze aan de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) verhuurde. In geschil is de waarde van die grond. De zoon van de erflaatster stelt dat de waarde daarvan berekend wordt door de jaarlijkse huur te kapitaliseren met de factor 6,5, terwijl de inspecteur vindt dat dit factor 15 is. De rechtbank van Leeuwarden deed op 12 maart 2008 uitspraak.

Tot de gedingstukken behoort een brief uit 1990 van een accountant aan de inspecteur over de waardering van de aardgaslocaties. De accountant deelt hierin mee dat het bestuur van de vereniging van eigenaren van gaslocaties akkoord gaat met een compromis om de waarde van de grond te bepalen door de kale huurprijs te vermenigvuldigen met de factor 6,5.

De rechtbank van Leeuwarden oordeelt dat de inspecteur nog steeds aan deze waarderingsafspraak is gebonden, omdat de erflaatster lid was van de vereniging en er ook geen bericht is verstuurd over een opzegging van de waarderingsafspraak. De inspecteur stelde ten onrechte dat hij vanwege de werkinstructie ‘actieplan Vinkenslag’ (zie V-N 2005/6.2) niet langer is gebonden aan waarderingsafspraken met belastingplichtigen. De erflaatster was namelijk al overleden toen het actieplan werd gepubliceerd. Bovendien schrijft het actieplan voor dat een afspraak opgezegd moet worden, tenzij de afspraak zo in strijd is met de wet dat ook de openbare orde of de goede zeden daarmee zijn geschonden en de afspraak op die grond al nietig is.

Het beroep van de zoon is gegrond. De waarde van de grond mag met de kapitalisatiefactor 6,5 berekend worden, zoals de eigenaren van de aardgaslocaties overeenkwamen met de NAM.

Lees ook Leidraad voor waarde NAM-locatie

Meer informatie Uitspraak Rechtbank Leeuwarden, 12 maart 2007

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.