Home

Achtergrond 156 x bekeken

Sportpaarden naar hoog btw-tarief?

De regering diende bij de Tweede Kamer een wetsvoorstel in om de btw voor sport- en hobbypaarden naar het hoge tarief over te brengen. Europese richtlijnen schrijven dit voor, hoewel nu zeven lidstaten van de EU nu een laag tarief voor deze paarden kennen.

De leden van de vaste commissie voor Financiën vonden dat de regering met een welhaast on-Haagse voortvarendheid het wetsvoorstel bij de Kamer indiende. De staatssecretaris van Financiën merkt op dat het beleid van de regering is gericht op het voorkomen van inbreukprocedures door het nakomen van afspraken die voortvloeien uit communautaire regelgeving. De tariefaanpassing was aanvankelijk opgenomen in het Belastingplan 2007. De Tweede Kamer haalde deze aanpassing na een amendement eruit met een wens tot nadere bestudering. De regering vindt langer wachten nu niet meer nodig.

De lidstaten hebben niet de vrijheid om zelf te bepalen welke goederen en diensten onder het verlaagd tarief vallen. De mogelijkheid om het verlaagd tarief toe te passen beperkt zich tot de daarvoor specifiek aangewezen goederen en diensten.

In juli 2007 kwam de Europese Commissie (EC) met een mededeling over de toekomstige structuur voor verlaagde btw-tarieven om een discussie te beginnen over een later uit te brengen voorstel. Het is niet te verwachten dat individuele lidstaten meer flexibiliteit krijgen om hun eigen tariefindeling vast te stellen. De EC noemt ook de voorwaarde van concurrentieneutraliteit. De komende discussies gaan ook over de economische gevolgen en of het verlaagde btw-tarief het juiste instrument is om sectoraal politieke doelen te bereiken.

De EC startte inmiddels ook ingebrekestellingsprocedures tegen de zeven andere lidstaten met een verlaagd tarief voor sport- of hobbypaarden. Dat zijn de landen Oostenrijk, Tsjechië, Frankrijk, Duitsland, Ierland, Italië en Luxemburg. Enkele lidstaten zijn al bezig met richtlijnconforme tarieftoepassing voor 2008.

In Nederland zijn rundvee, schapen, geiten, varkens en paarden, met uitzondering van renpaarden, sinds de invoering van de btw-regelgeving in 1969 belast tegen het verlaagd tarief. De renpaarden zijn met ingang van 1 januari 1989 overgebracht naar het verlaagd tarief. Het gevolg hiervan is dat de levering van alle paarden ongeclausuleerd belast is tegen het verlaagd tarief. Sinds de invoering van zogenoemde Tariefrichtlijn in 1992 (Richtlijn 92/97 van de raad) loopt de Nederlandse regelgeving op dit punt dus uit de pas met de richtlijn.

De aanleiding voor de actie van de EC ligt in de prejudiciële vragen die het gerechtshof van Den Bosch stelde in 2005 aan het Europese Hof van Justitie (zaak C-233/2005). Toen besloot de EC tot de ingebrekestellingsprocedure. Naast de juridische aspecten is er de vraag naar het inhoudelijke belang van de zaak.

De EC vraagt zich af waar de regering haar oordeel op baseert dat de paardensector een betrekkelijk ondergeschikte zaak is. De staatssecretaris denkt dat er sprake is van een misverstand. Het gaat hier immers niet om de paardensector als zodanig, maar om een klein deel van de paardensector. De voorgestelde maatregel betreft niet dieren die verhandeld worden binnen de landbouwsfeer en de voedingsmiddelenindustrie. Ondernemers in de paardensector ondervinden door hun btw-aftrek evenmin gevolgen van het onderhavige wetsvoorstel. Slechts particuliere kopers van hobby- en sportpaarden betalen dan meer btw. De opbrengst van de wijziging zal slechts €2 miljoen opbrengen, zodat de zaak van weinig belang lijkt.

Lees ook Voorlopig geen verhoging van btw op paarden (30 januari 2007)

Lees ook Agrocount studiebijeenkomst: Nevenactiviteiten in de agrarische sector

Meer informatie Nota naar aanleiding van het verslag betreffende de wijziging van de wet op de omzetbelasting 1968 (aanpassing tarief levende dieren)

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.