Home

Achtergrond 210 x bekeken

Ingrijpende wijziging btw-regels ‘Plaats van dienst’

De plaats van dienst of levering is in de omzetbelasting van groot belang. Immers, de plaats van dienst of levering bepaalt in welk land de btw verschuldigd is. Binnenkort wijzigen de regels met betrekking tot de plaatsbepaling van de dienstverlening (hierna ‘plaats van dienst’). Het wordt de grootste wijziging van de Europese btw-regels sinds 1992. Dit heeft belangrijke gevolgen voor internationaal opererende (agrarische) ondernemers. De nieuwe regels gaan gefaseerd in met de belangrijkste per 1 januari 2010.

De wijzigingen hebben als doel de heffing van btw te laten plaatsvinden op de plaats van verbruik van de dienst. De nieuwe regels beogen ook het ‘tariefshoppen’ terug te dringen. Een van de randvoorwaarden die Europa stelde, was dat de nieuwe regels niet mochten leiden tot administratieve lastenverzwaring. Of dit doel volledig wordt bereikt, is nog maar de vraag. Weliswaar wordt op het merendeel van de diensten tussen btw-ondernemers (business to business, B2B) een verleggingsregeling toegepast, maar daar tegenover staat dat er een verplichting komt om voor alle grensoverschrijdende diensten een listing te doen.

In essentie zijn de nieuwe btw-regels voor diensten tussen btw-ondernemers (B2B-regels) een spiegelbeeld van de huidige regels. De uitzondering wordt de hoofdregel en de huidige hoofdregel wordt niet meer toegepast. Voor diensten aan niet-btw-ondernemers, zoals een particulier (business to consumer, B2C) blijft de huidige hoofdregel gelden (B2C-regels), al bestaan daarop tal van uitzonderingen. Doordat de regels voor het werkelijk gebruik en de werkelijke exploitatie ruimer kunnen worden toegepast, is het mogelijk dat de plaats van de dienst vaker wordt gesitueerd in het land van verbruik.

De nieuwe bepalingen voor de plaats van de dienst brengen mee dat ondernemers hun systemen en facturering moeten aanpassen. Ook moet er rekening worden gehouden met de listing-verplichting.

Belangrijkste wijziging - ‘nieuwe hoofdregels’ per 2010
In de btw-wetgeving zijn regels opgenomen op basis waarvan wordt bepaald in welk land de dienst belastbaar is. Aanknopingspunten vormen onder andere de vestigingsplaats van de dienstverrichter, de vestigingsplaats van de afnemer van de dienst en de plaats waar de dienst daadwerkelijk wordt verricht. Onder de huidige regels zijn diensten waarvoor géén specifieke eigen regel bestaat, de zogenoemde ‘hoofdregeldiensten’, belastbaar in het land waar de verrichter van deze dienst is gevestigd, of een vaste inrichting heeft van waaruit de dienst wordt verricht.

Onder de nieuwe regels die per 1 januari 2010 ingaan, verandert de ‘hoofdregel’. Voor B2B-diensten komt een andere hoofdregel te gelden dan voor B2C-diensten. Dit betekent voor ‘hoofdregeldiensten’ het volgende:

  • - als deze diensten worden verricht aaneen btw-ondernemer die in een ander EU-land is gevestigd, zijn deze diensten belast in het land van de afnemer;
  • - als deze diensten worden verricht aan een ondernemer die buiten de EU is gevestigd, zijn deze diensten belast in het land van de afnemer;
  • - als deze diensten worden verricht aan een niet-btw-ondernemer die in een ander EU-land woont of is gevestigd, zijn deze diensten belast in het land van de dienstverrichter;
  • - als deze diensten worden verricht aan een niet-btw-ondernemer buiten de EU, zijn de diensten belast in het land van de dienstverrichter.
Ter vereenvoudiging van de heffing zijn enkele ficties opgenomen. Zo worden btw-ondernemers die ook niet-belastbare handelingen verrichten, zoals bepaalde houdstervennootschappen, volledig als belastingplichtig voor de btw beschouwd. Ook niet-belastingplichtige lichamen die een btw-identificatienummer hebben, bijvoorbeeld vanwege het verrichten van intracommunautaire verwervingen van goederen boven een bepaalde drempel, worden geacht btw-plichtig te zijn over het dienstenverkeer. Voor dergelijke lichamen, zoals passieve houdstervennootschappen, zijn btw-voordelen te behalen.

Op de hiervoor genoemde hoofdregels bestaan diverse uitzonderingen. Tegelijkertijd komen enkele uitzonderingen op de huidige hoofdregel te vervallen. Van belang is te onderkennen dat lidstaten de btw-heffing op diensten, die op basis van de nieuwe regels elders belast zouden zijn, tóch naar zich toe kunnen trekken, als het werkelijke gebruik en de werkelijke exploitatie van die diensten in de desbetreffende lidstaat plaatsvinden. Omdat lidstaten vrij zijn om te kiezen of en zo ja in welke mate zij de regels voor het werkelijke gebruik en de werkelijke exploitatie implementeren, zal een gefragmenteerd beeld van de plaats van dienst gaan ontstaan. Het is voor de ondernemer dan noodzaak op de hoogte te zijn van de specifieke regels die gelden in de lidstaten van zijn afnemers.

Wijzigingen na 2010
Per 1 januari 2011, 1 januari 2013 en 1 januari 2015 zullen zich nog enige wijzigingen voordoen. Deze wijzigingen gaan met name over het verlenen van toegang tot (onder andere) culturele, wetenschappelijke en sportieve evenementen, het verrichten van diensten voor en het organiseren van dergelijke evenementen, de verhuur van vervoermiddelen en plezierboten, telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en elektronische diensten.

Bron: Ecofin, 5-12-2007, Engelse tekstversie van de “outcome of proceedings” (document 16220/07 FISC 172).

Mr. P.L.F. Seegers (voorzitter Platform landbouwnormen, werkzaam bij Belastingdienst Oost). Geschreven op persoonlijke titel

Lees ook Sportpaarden naar hoog btw-tarief?

Meer informatie Ministerie van Financiën over btw-wijzigingen van de EU

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.