Home

Achtergrond 263 x bekeken

Geen cultuurgrondvrijstelling voor paardenhouder

In een recente procedure voor het Hof Leeuwarden is de cultuurgrondvrijstelling in de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) in het geding. Het is de vraag of een Paardenhouderij ook onder de vrijstelling valt.

De Wet WOZ bepaalt namelijk dat bij de waardebepaling de waarde van ten behoeve van de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond buiten aanmerking wordt gelaten. Dit voor zover die niet de ondergrond vormt van gebouwde eigendommen (de cultuurgronduitzondering). Is een Paardenhouderij zo’n bedrijfsmatige activiteit waarop de vrijstelling van toepassing is? Volgens het Hof niet. De cultuurgrond moet mee getaxeerd worden voor de WOZ.

Het aan het Hof voorgelegde geval is kort samengevat de volgende:

in het jaar 2003 is belanghebbende gestart met een paardenhouderij. Voordien hield hij schapen. De paardenhouder wil de veulens van zijn paarden (fokmerries) gedurende 3 à 4 jaren aanhouden, ze beleren (zadelmak maken) en vervolgens verkopen. De fokmerries wil hij tevens verhuren/verleasen voor het maken van buitenritten. De activiteiten zijn tot en met het jaar 2006 verliesgevend, zelfs als rekening wordt gehouden met de premies/subsidies. Over 2007 verwacht de paardenhouder een kleine winst. Per 31 december 2006 beschikt belanghebbende over 8 stuks vee. Verder is hij bij de belastingdienst niet bekend als ondernemer.

Naar het oordeel van het hof heeft de heffingsambtenaar het weiland terecht bij de waardebepaling in aanmerking genomen omdat de activiteiten van de paardenhouder niet vallen onder het begrip landbouw als in de Wet WOZ bedoeld. Voor de onderbouwing van dit oordeel verwijst het hof naar het arrest van de Hoge Raad van 26 augustus 1998, nr. 32.598, BNB 1999/47. Hieruit kan worden afgeleid dat het fokken, verleasen en beleren van paarden/veulens niet valt onder het begrip landbouw in de definitie daarvan voor de inkomstenbelasting (landbouwvrijstelling) omdat geen sprake is van het fokken van dieren ten behoeve van het verbruik van (delen of producten van) het dier door de consument. Het hof ziet geen reden om voor de WOZ anders te oordelen.

Voorgaande betekent dat de activiteiten van de paardenhouder niet kunnen worden aangemerkt als landbouwactiviteiten en dat het weiland niet ten behoeve van de landbouw wordt geëxploiteerd. De cultuurgronduitzondering is daarom niet van toepassing. Het weiland moet bij de waardebepaling in aanmerking worden genomen. De vraag of er überhaupt sprake is van een bedrijfsmatige exploitatie behoeft geen beantwoording meer.

De conclusie luidt na deze uitspraak dat de cultuurgrondvrijstelling in de WOZ voor paardenhouders niet van toepassing is.

Mr. P.L.F. Seegers (voorzitter Platform landbouwnormen, werkzaam bij Belastingdienst Oost). Geschreven op persoonlijke titel.

Lees ook Zoekresultaten op Agrocount.nl met trefwoord ‘paarden’

Lees ook Agrocount studiebijeenkomst: Nevenactiviteiten in de agrarische sector

Meer informatie Uitspraak Hof Leeuwarden, 25 januari 2008

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.