Home

Achtergrond 148 x bekeken

Spinazie en ui naar genenbank op Spitsbergen

Om zoveel mogelijk soorten te behouden voor de toekomst, kunnen zaden van gewassen vanaf dinsdag worden opgeslagen in een zogeheten internationale genenbank op Spitsbergen.

Uit Nederland zijn inmiddels 18.000 monsters van onder meer prei, ui, sla, spinazie, tomaat, komkommer, haver, peper en witte bonen onderweg naar Spitsbergen, meldde het ministerie van Landbouw vandaag.

De internationale genenbank is een initiatief van Noorwegen, dat andere landen uitnodigt materiaal naar Spitsbergen te brengen. Bij een temperatuur van min 18 graden Celsius kunnen daar ongeveer twee miljoen zaden worden opgeslagen. Zelfs als de stroom uitvalt, komt de opslag niet in gevaar, aangezien de permafrost ervoor zorgt dat de zaden behouden blijven. De genenbank bevindt zich twintig meter boven de zeespiegel en 120 meter diep in een berg.

Door de zaden voor lange tijd op te slaan, kan de verscheidenheid aan landbouwgewassen behouden blijven. En dat is de basis van landbouw en voedselvoorziening, aldus het Nederlandse ministerie van Landbouw. Het ministerie wijst erop dat diversiteit van gewassen belangrijk is met het oog op bijvoorbeeld de voorspelde klimaatveranderingen. "Aanpassing van gewassen aan klimaatveranderingen en de ontwikkeling van rassen die resistent zijn tegen ziekten en plagen zullen nodig zijn om de groeiende wereldbevolking van voldoende voedsel te kunnen voorzien.''

Nederland is na de Verenigde Staten de tweede exporteur van veredelingsproducten. De Nederlandse genenbank is ondergebracht in Wageningen in het Centrum voor Genetische Bronnen Nederland (CGN) waar 25.000 verschillende monsters van 25 verschillende gewassen zijn opgeslagen. Deze genenbank is er niet alleen om het cultureel erfgoed te behouden, maar ook om monsters uit te geven voor onderzoek of vermeerdering.

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.