Home

Achtergrond 183 x bekeken

Slooppremie is ook belast na beëindigen bedrijf

Een echtpaar staakt zijn varkensbedrijf in 1999. Man en vrouw brachten de opstallen over naar hun privé-vermogen. Toen werden geen vergoedingen genoten voor het bedrijf. De fiscus merkte het aan als bedrijfsstaking. In 2002 kregen de varkenshouder en zijn echtgenote flinke premie voor het slopen van de varkensstallen. Het voordeel bleek belastbaar als bate van de gestaakte onderneming. Het hof van Den Bosch bevestigde dit in zijn uitspraak van 11 november 2007.

Tot de onderneming van de echtgenoten behoorde een varkensbedrijf. In 1999 werden de laatste varkens geleverd. Eind 1998 verkochten de ondernemers alle niet-grondgebonden varkensrechten. De milieuvergunning bleef bestaan. De grond hielden ze aan, net als de opstallen van de varkens. De varkensstallen gingen nu naar het privé-vermogen en werden een tijdje verpacht aan een buurman. Met ingang van 2000 bestaat het bedrijf uit een rundveebedrijf en een akkerbouwgedeelte.

Vanwege de omstandigheid dat de varkensstallen destijds buiten de door de Regeling eerste tranche (Regeling Beëindiging Veehouderijtakken, RBV) aangewezen gebieden lagen, vanwege de deelname van varkenshouder en zijn echtgenote aan een eerdere opkoopregeling varkensrechten alsook omdat belanghebbende en zijn echtgenote alle niet-grondgebonden varkensrechten hadden verkocht, kwam het echtpaar niet in aanmerking voor deelname aan de Regeling eerste tranche.

Meedoen aan de Regeling tweede tranche ging wel lukken. Het echtpaar kocht enkele varkensrechten. Toen kreeg het een premie voor het slopen van de oude varkensstallen, dat in 2002 gebeurde. De netto-opbrengst van de sloop merkte de inspecteur aan als een bedrijfsmatig verkregen voordeel aan. Voor elk van de echtgenoten ging het om €45.000.

Naar het oordeel van het Hof zijn de aankoop van de varkensrechten, de deelname aan de Regeling tweede tranche en de sloop van de varkensstallen zo nauw verbonden met de in 1999 gedeeltelijk gestaakte onderneming, dat deze handelingen als ondernemingshandelingen moeten worden aangemerkt en dat het daarmee behaalde voordeel winst uit onderneming vormt. Ook heeft de fiscus geen vertrouwen gewekt, dat eventuele latere baten vanwege de bedrijfsbeëindiging onbelast zijn. Hij had zich het recht voorbehouden om terug te komen op de vaststelling van het belastbare inkomen van 1999.

De inspecteur kon eventueel nog aanvoeren dat er sprake was van inkomen vanwege belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden of dat er een nieuwe onderneming gestart was door het aankopen van enkele nieuwe varkensrechten voor de sloop. Doch aan behandeling van deze stellingen kwam de rechtbank niet meer toe.

Lees ook Subsidie RBV vormt nagekomen bedrijfsbate

Lees ook Agrocount studiebijeenkomst: Rood voor Rood en de fiscus

Meer informatie Uitspraak Hof Den Bosch, 21 november 2007

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.