Home

Achtergrond 121 x bekeken

Debiteur betaalt niet? Vraag op tijd btw terug

Dat een debiteur niet betaalt, is al erg genoeg. Dat een ondernemer ook nog eens btw moet afdragen over de niet-inbare vordering is nog veel zuurder. Gelukkig bestaat er een regeling dat een btw-ondernemer met zo’n onvolwaardige vordering onder voorwaarden recht op een teruggaaf van btw heeft. Op deze voorwaarden moet wel scherp gelet worden. Zo viste een bv in een recente uitspraak van het hof van Den Bosch achter het net. De teruggaaf werd namelijk te laat geclaimd.

Voorwaarde voor de teruggaaf is dat de ondernemer het verschuldigde bedrag niet heeft ontvangen en ook niet zal ontvangen. Of een vergoeding niet zal worden ontvangen, is sterk van de feiten afhankelijk. Verder is er nog een formele voorwaarde: het verzoek om teruggaaf moet zijn ingediend bij de aangifte over tijdvak waarin het recht op teruggaaf is ontstaan. Dit is het moment waarop redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de voldoening door de debiteur achterwege zal blijven.

De zaak die voor het hof van Den Bosch diende, is kort weergegeven de volgende:

Een bv had in november 1991 een vordering op een nv onder de noemer van bemiddelingsprovisie. Op 21 november 1991 werd voorzien dat een surseance van betaling van de nv voorhanden was. Op dezelfde dag zond de bv aan de nv een brief met het voorstel om de vordering op de nv te verrekenen met de vordering van de nv op een van haar eigen debiteuren. Op 31 januari 1992 ging de nv failliet.

Het hof trachtte onder meer uit diverse getuigenverklaringen op te maken vanaf welk tijdstip redelijkerwijs kon worden aangenomen dat de betaling van de vorderingen achterwege zou blijven. Het hof kwam tot de conclusie dat op 21 november 1991 aangifte gedaan had moeten worden; maar in elk geval moest op de datum van de faillietverklaring van de nv (31 januari 1992) redelijkerwijs worden aangenomen dat betaling achterwege zou blijven.

Het hof stelde vast dat de bv het verzoek om teruggaaf op 2 februari 2000 had ingediend. De bv poogde aannemelijk te maken dat ze al op eerdere momenten verzoeken om teruggaaf had ingediend, maar slaagde daar niet in. Het hof kwam tot het oordeel dat de bv het verzoek om teruggaaf bij haar btw-aangifte over november 1991 of over januari 1992 had moeten indienen. Nu dat niet was gebeurd, was het verzoek van 22 februari 2000 te laat.

Mr. P.L.F. Seegers (voorzitter Platform landbouwnormen, werkzaam bij Belastingdienst Oost). Geschreven op persoonlijke titel.

Lees ook Herziening op btw op diensten niet mogelijk

Meer informatie Uitspraak Hof Den Bosch, 15 november 2007

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.