Home

Achtergrond 198 x bekeken

Onderhoudsplicht Waterschap valt af te dwingen

Het komt in de praktijk regelmatig voor dat agrariërs worden geconfronteerd met afkalvende oevers langs watergangen.

Dit leidt tot opbrengstderving en kan bovendien gevaarlijke situaties opleveren. De eigenaar van een perceel grasland langs een kanaal in Friesland was het probleem van de afkalvende oevers beu en verzocht het Waterschap om het noodzakelijke onderhoud te plegen. In de Keur van het Waterschap stond namelijk dat het buitengewoon onderhoud bij het Waterschap berustte.

Het Waterschap was niet bereid om het gevraagde onderhoud uit te voeren, waarna de agrariër zich wendde tot het dagelijks bestuur van het Waterschap, met het verzoek om handhavend op te treden. Dit handhavingsverzoek werd afgewezen omdat het dagelijks bestuur van mening was dat niet alle knelpunten tegelijk konden worden aangepakt en dat het onderhoud aan het betreffende kanaal een lage prioriteit had.

De grondeigenaar nam hier geen genoegen mee en wendde zich tot de (sector bestuursrecht van) de rechtbank Leeuwarden. De rechtbank vond dat het Waterschap het gelijk aan haar zijde had, waarna de grondeigenaar hoger beroep instelde bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling stelde voorop dat het Waterschap de keurbepalingen overtrad, zodat het dagelijks bestuur van het Waterschap handhavend kon optreden. Vervolgens overwoog de Afdeling dat, gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving, ingeval van overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is om met bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik zal moeten maken. Alleen wanneer sprake is van bijzondere omstandigheden mag het bestuursorgaan weigeren om handhavend op te treden.

Het argument, dat het gevraagde onderhoud bij het Waterschap een lage prioriteit had, was volgens de Afdeling geen bijzondere omstandigheid, temeer omdat het probleem van de afkalvende oevers al enkele jaren speelde.

Het dagelijks bestuur van het Waterschap moet met inachtneming van deze uitspraak een nieuwe beslissing nemen, maar die beslissing kan niet anders luiden dan dat het Waterschap het onderhoud alsnog zal moeten uitvoeren.

De conclusie die uit deze zaak kan worden getrokken, is dat waar de overheid van burgers kan verlangen dat ze zich aan de wet houden, burgers ook van de overheid (in casu het Waterschap) mogen verlangen dat de regels worden nageleefd.

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.