Home

Achtergrond 58 x bekeken

Beroep op werktijdverkorting loopt op

Het beroep dat bedrijven doen op de regeling voor werktijdverkorting loopt op.

Inmiddels hebben 102 bedrijven die door de kredietcrisis met een abrupte terugval in de omzet te maken hebben, een verzoek bij minister Piet Hein Donner (Sociale Zaken) ingediend voor tijdelijke steun uit de WW-fondsen. Tot nu toe is het verzoek van 39 bedrijven gehonoreerd.

Chipmachinefabrikant ASML was gisteren de grootste blikvanger van bedrijven die personeel tijdelijk minder wil laten werken met behulp van WW-uitkeringen. Op de vierde dag dat de regeling in werking is getreden, concludeerde Donner dat de steun voldoet aan de behoefte van ondernemers in crisistijd.

Vakbondsbestuurder Jean-Marie Severijns van de CNV Bedrijvenbond noemde het verontrustend ”dat zelfs een goed draaiend bedrijf als ASML een beroep moet doen op de werktijdverkorting”. Maar volgens Donner is de steun juist bedoeld voor ”in beginsel gezonde bedrijven”. Voorkomen moet worden dat zij door een abrupt ingezakte omzet overhaaste beslissingen nemen en werknemers ontslaan, terwijl straks de vraag aantrekt en het personeel weer hard nodig is.

De minister wil ervoor waken dat door werktijdverkorting noodzakelijke reoganisaties worden uitgesteld bij al kwakkelende bedrijven. Daarom heeft hij strikte voorwaarden gesteld. Ondernemersorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland klaagden donderdag over een ”te rigide” regeling.

Zo moeten bedrijven de twee maanden voorafgaand aan hun verzoek minimaal een omzetterugval van 30 procent hebben. Verder neemt Donner uiterlijk tot 1 januari 2009 aanvragen in behandeling en wil hij maximaal 200 miljoen euro gebruiken uit de WW-fondsen. Dat is goed voor 20.000 voltijdsbanen.

Donner zei dat hij van begin af aan duidelijk is geweest over de regels, omdat werknemers niet onnodig lang in de WW moeten zitten. Ondanks de economische malaise zijn er nog veel werkgevers met onvervulbare vacatures.

De minister heeft al eerder aangekondigd dat er zogeheten mobiliteitscentra moeten komen in regio’s waar meer dan 150 banen op het spel staan. Daar moet overtollig personeel van het ene bedrijf zo snel mogelijk bemiddeld worden naar werkgevers die naarstig op zoek zijn naar vakmensen. Het eerste mobiliteitscentrum wordt nu ingericht in de regio Eindhoven, waarvan zowel grotere als kleinere bedrijven in de metaal, elektrotechniek en auto-industrie gebruik willen maken.

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.