Home

Achtergrond 112 x bekeken

Wijzigingen in wetsvoorstel personenvennootschappen

De wetgever heeft wijzigingen aangebracht in het wetsvoorstel personenvennootschappen. Deze zijn vervolgens kritisch beoordeeld door de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs (NOB). Deze nieuwe stap in het wetgevingtraject heeft gevolgen voor de gebruiksmogelijkheden van de personenvennootschap, de opvolger van de maatschap, vennootschap onder firma en commanditaire vennootschap. Nu geeft ook Mr. P.L.F. Seegers een toelichting.

In de derde nota van wijziging worden enkele specifiek voor de agrarische praktijk belangrijke wijzigingen voorgesteld. Zo worden de Meststoffenwet en de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden aangepast aan de nieuwe terminologie. Zo wordt ‘maatschap’ vervangen door ‘vennootschap’.

De NOB brengt een commentaar uit op de derde nota van wijziging met betrekking tot het wetsvoorstel Invoeringswet Titel 7.13 BW (personenvennootschappen). De NOB is daarin verbaasd over het feit dat zo laat in het parlementaire proces nog substantiële wijzigingen in het wetsvoorstel komen. Verder staan in deze nota de nodige onduidelijkheden volgens de NOB. Met haar commentaar probeert de NOB meer helderheid te bewerkstelligen, met name in de voorgestelde antimisbruikregel (artikel 2, lid 3, WBRV), het consolidatievoorschrift (artikel 4 Wet BRV) en het artikel voor omzetting van beleggingsfondsen (artikel 56 Wet BRV).

De NOB zegt dat zij met dit commentaar de behandeling van het wetsvoorstel niet wil vertragen. Zij hechten zeer aan de invoering van het nieuwe personenvennootschapsrecht per 1 januari 2009. Om eventuele knelpunten op te lossen doen zij dan ook concrete tekstvoorstellen. Het is echter zeer de vraag of het wetsvoorstel wel per 1 januari 2009 in werking zal treden. Naar mijn mening is een uitstel van de invoering zeer waarschijnlijk gezien de voortgang van het wetgevingsproces.

Het belangrijkste onderdeel van het commentaar van de NOB volgt hierna:

”Algemeen
De Orde is van mening dat de opmerking dat de OVR géén rechtspersoon (RP) is in de zin van de Wet op belastingen van rechtsverkeer (WBR), tenzij deze uitdrukkelijk wel wordt aangemerkt als RP, leidt tot een onnodige zoektocht naar de juiste toepassing van deze wet. Bovendien is het in strijd met de eerdere opmerkingen dat voor de WBR nu juist wel de rechtspersoonlijkheid als uitgangspunt geldt. De Orde uit haar bezorgdheid over deze aanpak en is voorstander van een eenduidige toepassing van de OVR als RP. Als de staatssecretaris van Financiën zou blijven bij zijn huidige opvatting, zou hij de praktijk dan behulpzaam kunnen zijn door per artikel uit de WBR én het Uitvoeringsbesluit belastingen van rechtsverkeer aan te geven of de OVR wel of niet een RP is. Met name is voor de praktijk van belang dat helderheid komt over de toepassing van de interne reorganisatievrijstelling bij overdrachten binnen een concern naar een OVR. In artikel 5b Uitvoeringsbesluit belastingen van rechtsverkeer staat de OVR immers ook niet genoemd.”

Voor degenen die het gehele commentaar willen lezen verwijs ik naar de site van de NOB.

Mr. P.L.F. Seegers (voorzitter Platform Landelijke Landbouwnormen, werkzaam bij Belastingdienst Oost). Geschreven op persoonlijke titel

Naschrift: de behandeling is uitgesteld tot na het kerstreces, zoals Mr. S.F.J.J. Schenk op Agrocount.nl schreef.

Lees ook Zoekresultaten op Agrocount.nl met trefwoord ‘personenvennootschappen’

Meer informatie NOB-commentaar derde nota van wijziging wetsvoorstel Inveringswet titel 7.13 Burgerlijk Wetboek

Meer informatie Ministerie van Justitie: zoekresultaten met trefwoord
’31 065’ met o.a. Derde nota van wijziging bij wetsvoorstel invoeringswet titel 7.13 op 5 september 2008

Meer informatie Ministerie van Justitie: zoekresultaten met trefwoord
‘Titel 7.13’ met o.a. Wetsvoorstel titel 7.13 op 10 november 2008

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.