Home

Achtergrond 78 x bekeken

RvS wijst protest tegen eerste Natura-gebieden af

De Raad van State (RvS) heeft gisteren de bezwaren die het college van B en W van Schouwen-Duiveland en de Faunabescherming hebben gemaakt tegen het aanwijzingsbesluit van minister Verburg van LNV voor het Natura 2000-gebied gedeeltelijk gegrond verklaard. De bezwaren die waren aangevoerd door het college van B en W van Veere, LTO Noord en het college van B en W van Westvoorne achtte het rechtscollege ongegrond.

De gebieden van Natura 2000 zijn het te vormen netwerk van Europese natuurgebieden. De drie gebieden liggen aan de kust tussen Rotterdam en Zeeland en zijn als eerste aangewezen vanwege de voortgang van de Tweede Maasvlakte. De aanwijzing bepaalt welke natuurwaarden moeten worden beschermd.

Het college van Schouwen-Duiveland wees op fouten die zijn gemaakt ten aanzien van de kaart van het deel dat als Vogelrichtlijngebied van het gebied wordt aangeduid. De Faunabescherming vindt dat bij de aanwijzing ten onrechte wordt gesteld dat de kleine mantelmeeuw vervalt als trekvogelsoort waarvoor het gebied van betekenis is als voedselgebied, overwinteringsgebied of rustplaats. Die stelling is niet deugdelijk gemotiveerd. De artikelen in het aanwijzingsbesluit die daarop betrekking hebben moeten worden vernietigd. Verburg moet van de Raad van State nog wel beslissen of de kleine mantelmeeuw in de Voordelta wel of geen bescherming krijgt.

Andere bezwaren van het college van Schouwen-Duiveland en de Faunabescherming acht de Raad van State niet gegrond. Ook de bezwaren van LTO Noord en de colleges van Veere en Westvoorne acht de Raad ongegrond. LTO Noord was van mening dat de begrenzing niet correct is. De aanwijzing heeft ten dele betrekking op gronden die niet binnen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) liggen en die in agrarisch gebruik zijn. Volgens de organisatie zijn daarop geen natuurwaarden aanwezig die de aanwijzing rechtvaardigen. Dit is echter door LTO Noord niet nader geconcretiseerd. Ook gaf de organisatie niet aan waar onvoldoende natuurwaarden zijn om aanwijzing als speciale beschermingszone binnen de Habitatrichtlijn te rechtvaardigen. Het feit dat bepaalde gronden niet binnen de EHS liggen is op zichzelf geen reden dat deze niet tot een Vogel- of Habitatrichtlijngebied kunnen worden aangewezen.

LTO voerde ook aan dat bij het besluit niet of onvoldoende rekening is gehouden met de bedrijfsbelangen van boeren. De Raad stelt echter dat bij een aanwijzingsbesluit alleen overwegingen van ecologische aard betrokken kunnen worden bij de begrenzing van het gebied. Er mag geen rekening worden gehouden met vereisten op economisch, sociaal of cultureel gebied.

Meer informatie Uitspraak van de Raad van State, 5 november 2008

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.