Home

Achtergrond 180 x bekeken

Hoogleraar voorspelt landbouwcrisis

“De agrarische sector krijgt een derde, wereldwijde crisis te verwerken”, zo verklaarde Jan Douwe van der Ploeg tegen het Agrarisch Dagblad van 21 november 2008. Hij ziet in de agrarische sector weinig aandacht voor de eventuele gevolgen van de kredietcrisis, terwijl de malaise juist in Nederland hard kan aankomen. Van der Ploeg is hoogleraar rurale sociologie aan de Wageningen Universiteit.

Van de Ploeg denkt dat de kredietcrisis zal doorwerken naar de landbouw, waar volgens hem al een crisis sluimert. Hij vindt de sector verbazend stil over de komende derde crisis in de landbouw, terwijl enkele zaken wel helder zijn. Hoewel het in tijden van de kredietcrisis populair is om nog meer ellende te beloven, geeft Van de Ploeg wel argumenten, waarom de agrarische sector niet louter voorspoed zal kennen.

De geschiedenis onderscheidt twee grote crises in de landbouw. De crisis van rond 1880 werd veroorzaakt door grote hoeveelheden bulkproducten van buiten Noordwest-Europa. Een antwoord op de crisis was om producten met meer waarde te produceren, zoals vlees, tuinbouwproducten en zuivel. De tweede grote crisis werd ingeluid door de beurscrash van 1929, toen de koopkracht van de burgers instortte. Hierop kwam een antwoord door een stelsel van landbouwpolitiek op te bouwen.

Beide antwoorden op de vorige crises kunnen voor de komende crisis geen remedie meer zijn. Vele landen wereldwijd produceren nu hoogwaardige producten voor lage prijzen dankzij goedkope arbeid en weinig beperkingen qua milieu en dierenwelzijn. De geliberaliseerde wereldhandel in het kader van de WTO beperkt nu de mogelijkheden voor landbouwpolitiek.

Van der Ploeg ziet vier complicaties rondom de al zorgelijke situatie.

  • 1. Overal daalt de koopkracht. Voor een exporterend land als Nederland is dat extra lastig. Bovendien gaan de prijzen meer schommelen.
  • 2. Juist grootschalige bedrijven zijn vaak zwaar gefinancierd, zodat er weinig reserve is om negatieve cashflow bij sterke prijsdalingen lang op te vangen. Ook noemt Van der Ploeg deze bedrijven weinig flexibel. De goede prijzen van afgelopen jaren hebben veel ondernemers verleid tot zware investeringen, waarbij lage marges voor lief werden genomen.
  • 3. De producenten staan nu tegenover grote machten van verwerkers en retailers (voedselimperia). De coöperaties kunnen weinig weerstand hiertegen bieden of behoren er zelf toe. De voedselimperia zouden zelfs de politiek dicteren tot bijvoorbeeld de afschaffing van de melkquota.
  • 4. Arrogantie van de Nederlandse landbouwwereld. Er wordt graag gedacht en gezegd dat Nederland de beste landbouw ter wereld heeft, die dus wel tegen een stootje kan. Daardoor ziet men de crisis niet of neemt men verkeerde maatregelen. Hier noemt Van de Ploeg ook de hoge grondprijs in Nederland. Dat laatste is misschien wel een lastiger complicatie, omdat het verdere schaalvergroting moeilijk maakt.
Enige bescherming ziet Van de Ploeg in aanvullende verdiensten, bijvoorbeeld door verbreding van het bedrijf. Hij denkt dat deze bedrijven veel meer weerstandsvermogen hebben. Of de crisis ook op verbredingsactiviteit zijn weerslag zal hebben, wordt niet genoemd. Maar wellicht vallen eventuele verliezen daarvan niet tegelijk met die op de oorspronkelijke agrarische activiteit.

Lees ook Zoekresultaten op Agrocount.nl met trefwoord ‘GLB’

Meer informatie AGD.nl, 21 november 2008: Geen antwoord op de derde agrarische crisis (samenvatting)

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.