Home

Achtergrond 171 x bekeken

EU stroomlijnt landbouwbeleid

Ontkoppeling van de productiesteun, specifieke steunmaatregelen, geen braak, verruiming van melkquota en overheveling geld naar plattelandsbeleid (modulatie) zijn aanpassingen in het Gemeenschappelijke Landbouw Beleid (GLB). De Europese landbouwministers werden het hierover eens tijdens de Landbouw- en Visserijraad in Brussel op 20 november 2008. Deze overeenkomst staat in het teken van de zogenoemde Health Check, de tussentijdse evaluatie van het GLB en de hervormingen sinds 2003.

Minister Gerda Verburg van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) is tevreden met het akkoord. "Door deze modernisering kan de Europese landbouw beter inspelen op de groeiende en veranderende vraag naar landbouwproducten. Daarbij wordt het Europees landbouwbeleid aangepast aan de eisen van de tijd en wensen van de maatschappij", aldus Verburg.

LTO Nederland zegt positief kritisch te zijn over het EU-akkoord. De voorzitter van deze organisatie Albert Jan Maat zegt dat het akkoord het maximaal haalbare resultaat is. De Nederlandse Melkveehouders Vakbond denkt dat de verruiming van het melkquotum juist leidt tot overschotten en lagere melkprijzen.

Melkquotering
Per 1 april 2015 wordt de melkquotering afgeschaft. Om melkveehouders in 2015 een zachte landing te bezorgen, worden de quota de komende jaren stapsgewijs met 1 procent per jaar verruimd. Hiernaast wordt het Nederlandse quotum verhoogd met nog eens 1,5 procent door een technische aanpassing van de vetcorrectie. Dat betekent dat de Nederlandse melkveehouderij in 2009 opnieuw een quotumstijging van 2,5 procent tegemoet kan zien. De Commissie komt voor eind 2010 op basis van een marktanalyse met aanvullende voorstellen om een zachte landing van de melkquotering veilig te stellen. Eerdere ideeën als verevening of lagere superheffing gaan niet door.

Versterking plattelandsbeleid
De middelen voor het Europese plattelandsbeleid worden verruimd via modulatie. Modulatie is het overhevelen van geld bestemd voor inkomenssteun naar het fonds voor plattelandsbeleid. De Landbouw- en Visserijraad besloot om een extra modulatie toe te passen, bovenop de 5 procent die al bestaat. De extra modulatie wordt stapsgewijs opgevoerd: 2 procent in 2009, 3 procent in 2010, 4 procent in 2011 en 5 procent in 2012. Steunbedragen boven de €300.000 per bedrijf krijgen een extra modulatiekorting van 4 procent.

Het geld van deze nieuwe modulatie moet primair besteed worden aan de vier nieuwe uitdagingen: biodiversiteit, klimaatverandering, waterbeheer en hernieuwbare energie. De innovatie-inspanningen op deze vier terreinen komen ook in aanmerking, evenals dierenwelzijn en een ‘melkfonds’ dat negatieve effecten van het verdwijnen van de melkquota moet ondervangen. De Nationale Plattelandsstrategie en het Plattelandsontwikkelingsprogramma 2007-2013 moeten hieraan worden aangepast voor bepaalde datums in 2009.

Bij modulatie komt ook cofinanciering kijken. Dat betekent dat de lidstaten moeten meefinancieren voor 25 procent. Er is verder afgesproken dat het geld dat door de extra modulatie bij elkaar wordt gebracht in zijn geheel wordt besteed aan het plattelandsbeleid van de lidstaat waar het geld vandaan komt. Het modulatiegeld Het vloeit dus niet terug naar Brussel, zoals eerder gebeurde met 20 procent van het geld.

Bufferstroken
Anders dan andere lidstaten hoeft Nederland geen extra bufferstroken langs waterlopen in te stellen. Omdat Nederland veel waterlopen heeft, zouden extra bufferstroken verstrekkende gevolgen hebben. Minister Verburg is opgelucht dat de Commissie heeft ingezien dat Nederland al genoeg doet om milieurisico's te beperken.

Ontkoppeling van inkomenssteun
Voor de meeste landbouwsectoren is de inkomenssteun inmiddels ontkoppeld van productie. De ministers zijn overeengekomen dat de resterende sectoren uiterlijk in 2012 worden ontkoppeld. Het gaat hierbij onder andere om slachtpremies voor kalveren en volwassen runderen, steun voor telers en verwerkers van zetmeelaardappelen, verwerkingssteun voor vlas en steun voor zaaizaad, eiwithoudende gewassen en noten. Lidstaten mogen ervoor kiezen om eerder te ontkoppelen. De steun voor energiegewassen wordt in 2010 al beëindigd. Uitgezonderd zijn de premies voor zoogkoeien, schapen en geiten, die door de lidstaten ongewijzigd mogen worden gehandhaafd.

Het model van inkomenssteun mogen staten ook aanpassen. Nederland baseerde dit op steun die bedrijven in het verleden ontvingen (historisch model). Nu kan overgestapt worden op regionaal bepaalde steunbedragen per hectare of binnen het historisch model regionale top-ups toepassen. Er gelden beslissingstermijnen. Ook is besloten de onbenutte toeslagrechten na 2 jaar te laten vervallen in plaats van na 3 jaar.

Specifieke steunmogelijkheden
Artikel 68 biedt de mogelijkheid om extra inkomenssteun te geven aan vijf verschillende doelen. De Europese lidstaten mogen hiervoor maximaal 10 procent van de inkomenssteun inzetten. De lidstaten moeten voor 1 augustus van het betreffende jaar hierover beslissen. De doelen zijn:

  • 1. Kwaliteitslandbouw: milieumaatregelen, productverbetering, marketing en afzet, en dierenwelzijn.
  • 2. Boeren die produceren onder ecologisch of economisch moeilijke gebieden of economisch kwetsbare soorten bedrijven voor bepaalde sectoren (zuivel, rund- en kalfsvlees, schapen- en geitenvlees en rijst).
  • 3. Maatregelen die voorkomen dat bepaalde gebieden worden verlaten en/of specifieke nadelen voor boeren opheffen.
  • 4. Subsidie voor risicoverzekeringen voor gewas en voor dierziekten.
  • 5. Bijdragen voor risicoverzekeringen en waarborgfondsen voor gewassen en dierziekten.
Onbenutte middelen voor directe inkomenssteun, mogen de lidstaten alsnog inzetten. Hier is een maximum aan verbonden van 3,5 procent van het totale bedrag aan inkomenssteun van een lidstaat. Het geld mag ingezet worden voor de 'specifieke steunmogelijkheden'. Niet vermeld is of dit bovenop de genoemde 10 procent mag komen of niet. Voor Nederland gaat het om ongeveer €28 miljoen. Afslanking markt- en prijsbeleid
Markt- en prijsinstrumenten zoals interventie worden teruggebracht. Interventie is het uit de markt nemen van landbouwproducten in afwachting van een betere prijs. De afslanking stimuleert verdere marktoriëntatie en maakt het bereiken van een WTO-akkoord gemakkelijker. Er blijft wel een vangnet voor tarwe, boter en melkpoeder in de vorm van een publieke noodvoorziening bestaan in geval van ernstige marktverstoring.

De afgelopen zomer aangekondigde afschaffing van de verplichte braaklegging is nu officieel. Tot nu toe was een deel van de graantelers verplicht om op een gedeelte van de landbouwgrond geen graan te verbouwen. De braakverplichting is nu opgeheven omdat er voldoende vraag is naar graan. Zodoende komt het verschil tussen braaktoeslagrechten en gewone toeslagrechten ook te vervallen.

Cross-compliance
De uitbetaling van Europese steun aan landbouwers is afhankelijk van de mate waarin landbouwers Europese randvoorwaarden op het terrein van milieu, voedselveiligheid en dierenwelzijn naleven (beheerseisen) en hun landbouwgrond in een goede landbouw- en milieuconditie houden (GLMC). Landbouwers zijn dit verplicht gedurende het gehele kalenderjaar, ook indien op enig moment grond wordt overgedragen. Bij niet-naleving van de normen wordt de steunbetaling gekort. Dit beginsel wordt cross compliance genoemd.

Er is besloten tot deze verduidelijkingen:

  • 1. lidstaten mogen de lijst met randvoorwaarden waaraan de landbouwer zich moet houden, ook op elektronische wijze (bijv. via internet) bekend maken;
  • 2. de randvoorwaarden zijn alleen van toepassing op de uitoefening van eenlandbouwactiviteit van de aanvrager en op de landbouwgrond die bij het bedrijf behoort;
  • 3. de lidstaat mag vanaf 2010 kiezen om, wanneer na overdracht van het gebruiksrecht van grond aan een andere landbouwer niet-nalevingen op die landbouwgrond zijn vastgesteld, niet de oorspronkelijke aanvrager maar degene die de niet-naleving heeft veroorzaakt te korten.
De lijst met randvoorwaarden is ook aangepast:
  • Vervallen zijn een beperkt aantal eisen m.b.t. de jacht, de viscultuur op landbouwbedrijven en de uitvoeringsbepalingen omtrent identificatie & registratie van runderen (Verordening 2629/97);
  • Toegevoegd zijn twee voorwaarden op het vlak van GLMC in verband met een duurzamer waterbeheer en bescherming van de waterkwaliteit. Het gaat om het inrichten van bufferstroken langs waterlopen (Nederland vrijgesteld) en de naleving van eventuele vergunningvoorwaarden bij beregening van landbouwgrond.
Vereenvoudigingen
Ook is de raad het eens geworden dat vereenvoudiging prominent op de agenda moet blijven. Hierdoor verminderen de administratieve lasten voor boeren en de uitvoeringslasten van de overheid.

Er komt een ondergrens voor betalingen. Dit om de uitvoeringslasten te beperken. Lage steunbedragen of steunbedragen die betrekking hebben op een klein oppervlakte landbouwgrond zullen niet meer worden uitbetaald. Nederland kan kiezen op een ondergrens van totaal steunbedrag of een minimale oppervlakte landbouwgrond.

Lees ook Zoekresultaten op Agrocount.nl met trefwoord ‘GLB’

Meer informatie LNV, 20 november 2008:

Meer informatie Europa.nl/Press releases Rapid, 20 november 2008: Landbouw: Gezondheidscontrole van het GLB zal landbouwers helpen op nieuwe omstandigheden in te spelen

Meer informatie LTO, 20 November 2008: LTO positief kritisch over Brussels landbouwakkoord

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.