Home

Achtergrond 274 x bekeken

Duurzame landbouw in het Groene Hart

Nieuwe bedrijfssystemen en samenwerking in een kenniscentrum moeten de landbouw in het Groene Hart een duurzaam bestaan geven. Dat stellen WUR-onderzoekers in hun reactie op berichtgeving in het Agrarisch Dagblad.

Theo Vogelzang (LEI), Theun Vellinga (ASG) en Cees Kwakernaak (Alterra) zijn onderzoekers van Wageningen UR.

In het Agrarisch Dagblad van zaterdag 1 november troffen wij een interessant artikel aan over de acties en activiteiten van melkveehouders in het Groene Hart om hun sector ook op termijn van een duurzame toekomst te verzekeren. Dat riep bij ons enkele vragen en reacties op. Binnen Wageningen UR doen wij zowel op bedrijfs- als op gebiedsniveau al jarenlang onderzoek naar de toekomst van de landbouw in het Groene Hart en wij pogen daarmee op beide niveaus een bijdrage te leveren aan de grote opgaven waar de landbouw in het gebied voor staat.

Op basis van de inzichten die wij hebben ontwikkeld over de toekomst van een duurzame landbouw in het gebied, willen wij graag een reactie geven op een aantal stellingen en constateringen. Het valt ons ten eerste op dat er in het artikel slechts een oppervlakkige analyse gegeven wordt van de gebiedsvraagstukken rond bodemdaling, natuur- en waterbeheer en de emissie van broeikasgassen.
Ook valt het op dat recente beleidsstukken op dit gebied, zoals het Ontwikkelings- en Uitvoeringsprogramma Groene Hart en de recent verschenen Voorloper in het geheel niet genoemd worden. Daarmee wordt de opgave voor de sector om samen met de betrokken overheden en maatschappelijke organisaties een oplossing te zoeken voor die gebiedsvraagstukken, niet of nauwelijks belicht.

In het project Waarheen met het Veen zoeken wij samen met overheden, sector en maatschappelijke organisaties naar nieuwe peilstrategieën die een antwoord geven op de genoemde gebiedsopgaven, en daarnaast een perspectief bieden voor de landbouw, de natuur en het waterbeheer in het gebied. Het onderzoek op het Praktijkcentrum Zegveld naar de gevolgen van vernatting voor de bedrijfsvoering in de sector en naar de toepassing van onderwaterdrains als mogelijke oplossing daarvoor is een goed voorbeeld.

Ook andere praktijkinnovaties die op Zegveld en elders uitgedacht zijn of worden, zoals bijvoorbeeld de mobiele melkrobot de Natureluur, bieden nieuwe gezichtspunten en nieuwe perspectieven. Een andere innovatie waar wij vanuit Wageningen UR aan gewerkt hebben is het opzetten van een agrarisch natuurbedrijf in de Krimpenerwaard.

Dat brengt ons op het feit dat in het artikel niet duidelijk ingegaan wordt op de mogelijkheden die de landbouw heeft om in verschillende deelgebieden van het Groene Hart en bij verschillende peilstrategieën toch een bijdrage te leveren aan een duurzaam beheer van het gebied.

Wij constateren dat veel melkveehouders in het Groene Hart zoeken naar nieuwe wegen om hun bedrijf te ontwikkelen binnen de context van de veranderende omstandigheden in het gebied. Qua ruimtelijke ordening en de gebiedsopgaven die er op dat vlak liggen kunnen er volgens ons voor de melkveehouderij een drietal ontwikkelingsrichtingen voorzien worden. Schaalvergroting en intensivering zullen als dominante trend in de sector in grote delen van het Groene Hart ruimte moeten blijven krijgen en dat kan ook.
Ook in het Groene Hart zullen gespecialiseerde melkveehouderijbedrijven de komende jaren door willen groeien naar een
bedrijfsomvang van 150 à 200 koeien. Wij onderzoeken momenteel hoe een dergelijk bedrijf in te passen is in een gebied met natuurlijke handicaps.

Verder zal de landbouw in delen van het Groene Hart zich moeten gaan instellen op een hoger en in de ruimte wisselend peil. In die gebieden zal het peil opgezet worden om de bodemdaling en de emissie van broeikasgassen tegen te gaan. Ook daarvoor onderzoeken wij de vraag welk bedrijfssysteem er het beste bij past.

De derde en laatste ontwikkelingsrichting die wij voor de landbouw in het Groene Hart zien is die van het ’natuurboeren’. Grote delen van het gebied zullen in het kader van de natuur- en wateropgave dermate vernat gaan worden dat de gangbare melkveehouderij daar geen perspectief meer heeft. Vraag is of aangepaste bedrijfssystemen daar nog wel perspectief hebben. Wij denken van wel. Uitgangspunt daarbij is en blijft de melkveehouderij zelf, maar dan in meer of mindere mate gecombineerd met natuurbeheer.

Wij willen de kennisontwikkeling van en –uitwisseling tussen de betrokken partijen in het gebied beter op elkaar afstemmen. Dat willen we doen onder de noemer Kenniscentrum Westelijke Veenweiden. Daarin willen we samen met overheden, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties in het gebied een aantal gebieds- en bedrijfsvraagstukken in het Groene Hart op een zodanige wijze met elkaar verbinden dat de landbouw in het Groene Hart, in functie van de gebiedsopgaven, een duurzame toekomst in het gebied behoudt. De eerder geschetste bedrijfssystemen staan daarbij centraal.

Wij denken dat daarin een belangrijke sleutel ligt voor de toekomst van de landbouw in het gebied en wij nodigen alle betrokkenen uit om daar de komende tijd over mee te denken.

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.