Home

Achtergrond 2091 x bekeken

Deelvisser in maatschap is geen ondernemer

In tegenstelling tot de eerdere uitspraak van het Hof te Amsterdam is de Hoge Raad van mening dat een deelvisser in maatschap geen ondernemer is. Door deze uitspraak heeft de deelvisser geen recht op de vele fiscale faciliteiten die voor ondernemers gelden. Met name het gemis van de zelfstandigenaftrek en de MKB-winstvrijstelling hakt er voor de deelvisser flink in.

In de visserijpraktijk is van oudsher de deelvisserij een erg gebruikelijke samenwerkingsvorm. Kort samengevat wordt bij deze vorm van samenwerking het aandeel in het resultaat van een visreis na afloop van de visreis volgens een bepaalde formule verdeeld. Hierbij krijgt de eigenaar van het schip en de vangstrechten voor het beschikbaar stellen ervan een vergoeding. De overige deelvissers brengen hun arbeid, kennis en vlijt in en krijgen daarvoor een vergoeding.

De aan de Hoge Raad voorgelegde zaak is tevens van belang voor de circa 140 andere deelvissers die uit dezelfde plaats komen. Het betreft een proefprocedure. De samenwerkende deelvissers leggen hun afspraken meestal af in een maatschapscontract. Vaak wordt het model van de stichting van de Nederlandse Visserij (mede) gebruikt.

Sinds de invoering van de nieuwe Wet IB 2001 was het de vraag of een deelvisser nog als ondernemer kon worden aangemerkt. Sinds 2001 is een nieuwe eis in de wet opgenomen. Het fiscale ondernemerschap komt slechts binnen bereik als de ondernemer ‘rechtstreeks verbonden wordt voor verbintenissen van het bedrijf’. Deze vraag heeft de Hoge Raad ontkennend beantwoord. Een deelvisser wordt niet gezien als ‘rechtstreeks verbonden voor verbintenissen van het bedrijf’.

Nu de Hoge Raad in deze principiële procedure heeft beslist dat deze samenwerkingsvorm geen fiscale faciliteiten oplevert, zal de praktijk op zoek moeten gaan naar andere – fiscaal vriendelijker – samenwerkingsvormen. Hierbij kan gedacht worden aan het samenwerken binnen een vennootschap onder firma (VOF) of een openbare maatschap.

Het arrest van de Hoge Raad is kort samengevat het volgende:

Een boomkorvisser is werkzaam als deelvisser. Hij is maat in een maatschap. Belanghebbende past de zelfstandigenaftrek toe. De inspecteur corrigeert dit, omdat de deelvisser naar zijn oordeel geen ondernemer is in de zin van art. 3.4 Wet IB 2001. Hij wordt immers niet rechtstreeks verbonden voor verbintenissen betreffende de onderneming van de maatschap.

Volgens de Hoge Raad heeft als uitgangspunt te gelden dat indien een maatschap ‘openbaar' is, de maten rechtstreeks worden verbonden. In dit geval is van een openbare maatschap echter geen sprake, omdat niet onder een bepaalde naam aan het rechtsverkeer wordt deelgenomen. Dan kunnen de maten van de maatschap de andere maten alleen nog rechtstreeks verbinden als zij handelen namens de andere maten en daartoe door die andere maten zijn gemachtigd. Nu ook daarvan niet is gebleken, kan de deelvisser niet als ondernemer worden aangemerkt.

Mr. P.L.F. Seegers (voorzitter Platform Landelijke Landbouwnormen, werkzaam bij Belastingdienst Oost). Geschreven op persoonlijke titel

Lees ook Zoekresultaten op Agrocount.nl met trefwoord ‘personenvennootschappen’

Meer informatie Uitspraak Hoge Raad, 14 november 2008: nr. 42.927

Meer informatie Uitspraak Hof Amsterdam, 25 november 2005: nr. P04/03097

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.