Home

Achtergrond 113 x bekeken

'Beschikbare areaal voor pootgoed onder druk'

Het beschikbare areaal voor pootgoed staat onder druk.

Grond wordt strenger beoordeeld op besmettingen met aaltjes. Dit jaar zijn de regels voor M. chitwoodi verscherpt. In 2010 gelden strengere EU-regels voor aardappelmoeheid.

Dat zegt voorzitter Joris van Waes van de LTO-werkgroep Pootaardappelen. Hij maakt zich zorgen over de nieuwe regels voor Meloidogyne chitwoodi, die dit jaar zijn ingegaan. "Als een besmetting met M. chitwoodi wordt vastgesteld moet in een straal van 1 kilometer alle pootgoed worden gecontroleerd op het aaltje. Dat verhoogt de kans dat nieuwe besmettingen worden gevonden. Besmette pootgoedpartijen moeten als consumptieaardappelen worden afgezet. M. chitwoodi heeft veel waardplanten en het aaltje is lastig te bestrijden."

De aanscherping in 2010 van de EU-regels voor aardappelmoeheid (AM), kan het beschikbare areaal voor pootgoed verder beperken. "Een vondst van de cysteaaltjes Globodera rostochiensis of Globodera pallida leidt tot een buffer van zes meter. Die wordt mogelijk groter. Ook wordt de hoeveelheid te onderzoeken grond per monster vergroot van 600 naar 1.500 milliliter. De kans om een aaltje te vinden wordt daardoor groter. Alleen bij een laag risico op AM volstaat een monster van 400 milliliter."

De Nederlandse Akkerbouw Vakbond heeft voorgesteld om sorteergrond niet langer te testen op AM. In Nederland is dat verplicht voor pootgoed dat van een perceel komt waar dode cysten zijn gevonden. De EU stelt zo’n onderzoek echter niet verplicht.

LTO wil daar pas volgend jaar een besluit over nemen. Van Waes: "Sommige landen eisen altijd onderzoek van sorteergrond op cysten. Het is een extra veiligheid voor de export. Als je het onderzoek van sorteergrond afschaft loop je meer risico dat een importerend land cysten vindt in Nederlands pootgoed."

Of registreer je om te kunnen reageren.