Home

Achtergrond 137 x bekeken

Verklaring ammoniakgat in PBL-berekening is dubieus

Paul Blokker zet namens de Vereniging tot Behoud van Boer en Milieu grote vraagtekens bij modellen waarmee de uitstoot van ammoniak wordt berekend. Daarmee blijft volgens hem nog altijd onduidelijk in hoeverre er sprake is van een ammoniakgat.

Volgens ’t Planbureau voor de leefomgeving (PBL) is het ammoniakgat opgelost doordat volgens zijn onderzoekers op de verkeerde plaatsen is gemeten. Met behulp van het landelijk meetnet luchtkwaliteit (LML) kon het beeld hersteld worden (AgD, 24 oktober). In het milieucompendium van 2004 van het RIVM is te lezen dat sinds 1993 de concentratie ammoniak op acht locaties in het LML wordt gemeten. Omdat deze acht meetpunten voor ammoniak van het LML maar een beperkte ruimtelijke dekking van Nederland vertegenwoordigen, zijn ter controle metingen op 159 locaties verricht. Hieruit bleek dat de ruimtelijke beelden van emissies en concentraties goed overeenstemmen. Die 159 locaties betekenen circa 13 meetpunten per provincie en een meetpunt per 10 bij 20 kilometer. Als we PBL moeten geloven dan zijn al deze metingen op de verkeerde plek gemeten. Of is er meer aan de hand?

Wat veel mensen niet weten is dat er momenteel een evaluatie van het emissie-arm uitrijden door het PBL wordt uitgevoerd. De Vereniging tot Behoud van Boer en Milieu heeft een zeer kritisch rapport ingediend waarin duidelijk wordt aangetoond dat het emissie-arm uitrijden van mest geen enkele bijdrage levert aan de reductie van ammoniak. Tot nog toe werd alle ammoniakvermindering toe geschreven aan het emissie-arm uitrijden. Wat wij echter hebben aangetoond is dat de gemeten ammoniakconcentratie van de buitenlucht exact gelijkloopt met de daling van de veestapel en de vermindering van stikstof in de mest, onder meer door beter voeren en de introductie van het Mineralen Aangifte Systeem (Minas).

Tijdens de evaluatie bleek al dat de onderzoekers veel moeite hadden met deze zienswijze. Het hele systeem van emissie-arm uitrijden zou in een klap waardeloos zijn. Het enige wat je dan als onderzoeker kan doen is de gemeten ammoniakconcentratie van deze 159 locaties als onbetrouwbaar bestempelen. Hiermee wordt hard wetenschappelijk bewijs, gemeten waarden, vervangen door zacht bewijs: computermodellen en aannames.

De vraag is: hoe betrouwbaar zijn deze? Het verleden leert immers dat het ammoniakonderzoek vol met foutieve modellen zit. Gert-Jan Monteny, onderzoeker bij het opgeheven Imag (Instituut voor Milieu en Agritechniek) in 2003: "Als je kijkt naar alle berekeningen zitten we aardig op koers. Maar we hebben vrijwel niet gecontroleerd of wat we berekend hebben ook daadwerkelijk uitgestoten wordt. De werkelijke uitstoot van ammoniak ligt op dit moment 40 tot 50 kiloton hoger dan onze berekeningen aangeven."

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.