Home

Achtergrond 197 x bekeken

Veehouder moet 70% van melkquotum zelf gebruiken

Een veehouder verleasede een deel van zijn melkquotum. Door ziekte bij zijn melkvee kon hij de vereiste 70 procent aan zelf geproduceerde melk niet halen. Het Productschap voor Zuivel kortte vervolgens het melkquotum met de niet zelf geleverde melk. De melkveehouder ging in beroep bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBB). Het CBB vond de ziekteproblemen bij het normale bedrijfsrisico horen en verklaarde het beroep ongegrond.

De veehouder leverde in de heffingsperiode 2006-’07 slechts 188.000 kilo melk van zijn melkquotum van 329.000 kilo aan zijn zuivelfabriek. Wel verleasede hij 132.000 kilo. Door mastitis (uierontsteking) bij zijn koeien bleef hij echter 141.000 kilo melk onder zijn quotum en haalde zo niet het vereiste 70 procent aan eigen vermarkting. Artikel 15 lid 2 bepaalt dat een veehouder ten minste 70 procent van zijn referentiehoeveelheid zelf moet vermarkten, al biedt lid 3 van dit artikel een beroep op overmacht. Het artikel 15 heeft als doel om speculatie met het melkquotum zelf en prijsopdrijving van melk tegen te gaan.

Het Productschap Zuivel kortte het quotum van deze veehouder met de te weinig geproduceerde hoeveelheid en voegde dat toe aan de nationale reserve. De melkveehouder ging in beroep bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBB). De veehouder gaf de ziekteproblemen bij zijn vee als reden van de te lage melkproductie.

Het CBB constateerde dat de veehouder al langer een deel van zijn quotum verleasede en tevens al langer problemen had met de uiergezondheid van zijn vee, dat op zich al een gewoon bedrijfsrisico is. Het college oordeelde dat daarom dat er geen onvoorziene omstandigheden waren. Dat de zuivelcoöperatie enkele keren weigerde de melk op te halen vanwege de mastitis (te hoog celgetal in de melk) deed daar ook niet meer aan af, omdat dit ook bij het normale bedrijfsrisico behoort. Dat tijdige vervanging van chronisch zieke koeien door andere dieren van het MRIJ-ras moeilijk is, was eveneens onvoldoende reden.

Het CBB kwam op 1 oktober 2008 tot de uitspaak dat het beroep ongegrond is. Volgens het Agrarisch Dagbladvan 24 oktober 2008 zegt Arthur Geelen, hoofd afdeling Juridische Zaken bij het Productschap Zuivel, dat dergelijke zaken jaarlijks vaker voorkomen, met name bij oudere veehouders met weinig dieren die al een deel van hun quotum verleasen. Zoeken op Rechtspraak.nl met trefwoorden ‘levering melk’ levert 13 zaken op vanaf 1 januari 2008.

Meer informatie Uitspraak College van Beroep voor het bedrijfsleven, 1 oktober 2008: nr. AWB 07/1015

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.