Home

Achtergrond 166 x bekeken

Productie weinig aangepast aan nieuw landbouwbeleid

Het nieuwe Gemeenschappelijke Landbouwbeleid (GLB) van de EU en de keuzes die Nederland hierin maakte, leiden nog tot weinig aanpassingen van de landbouwproductie. Oorzaken zijn goede prijzen voor enkele ordeningsproducten door wereldwijd laag aanbod, beperkte mogelijkheden voor alternatieve aanwending van grond en behouden koppelingen bij nationale keuzes om de verwerkende industrie in stand te houden. Dit blijkt uit een evaluatie door het LEI van het GLB en de nationale keuze hierin.

In 2006 is de uitvoering van het GLB flink aangepast. Premies aan agrariërs werden in principe losgekoppeld van de productie. Binnen de Europese regelgeving hield elke lidstaat mogelijkheden om zogenoemde nationale keuzes te maken. Het LEI trachtte te onderzoeken wat de gevolgen zijn van de Nederlandse keuzes voor zowel de primaire producenten als de toeleverende en verwerkende industrie. De beschouwde tijd is dus kort, zodat mogelijke structurele veranderingen nog niet zichtbaar zijn, maar wel in gang zijn gezet.

Het doel van de nationale keuzes was te voorkomen dat de inkomens van de primaire producenten niet sterk dalen, er geen concurrentievervalsing ontstaat tussen lidstaten en sectoren en de verwerkende industrie voldoende aanvoer van grondstoffen behoudt. Het LEI hield bij het onderzoek tevens rekening met doelstellingen als bevorderen van marktgerichtheid en het verduurzamen van de landbouw.

Akkerbouw
Wat granen betreft hebben de akkerbouwers geluk dat er wereldwijde schaarste optrad, zodat er goede prijzen voor granen ontstonden. Ze hoefden hun productie dus niet te verlagen wegens verlaagde prijzen. Bovendien verbood de AGG-clausule om over te stappen op aardappelen, groenten en fruit op gronden waarop toeslagrechten werden ontvangen, maar deze bepaling verdwijnt in 2008. Voor bieten en zetmeelaardappelen zijn bovendien leveringsrechten dan wel quota nodig. In geval van de zetmeelaardappelteelt bleef de koppeling voor 60 procent gehandhaafd, zodat de industrie aanvoer hield van aardappelen. Het quotum aan zetmeelaardappelen zorgt dat het aanbod niet stijgt, zodat bij toenemende productie per hectare het areaal langzaam daalt. De arealen van de verschillende gewassen blijven fluctueren binnen de normale bandbreedtes. Vlas en hennep zijn door Agrocount.nl in een recent artikel al besproken.

Melk
Het granenverhaal geld ook voor de zuivel. De melkpremies werden toeslagrechten die genoten werden in combinatie met de hoge melkprijzen in 2007 en begin 2008. Het doel voor de inkomsten in de melkveehouderij en zuivel wordt zo mooi wel gehaald. De productie blijft schommelen rondom het maximale quotum terwijl de afname van het aantal quotumhouders in het normale tempo doorzet. De melkpremie zorgde eerder voor hogere quotumprijzen en bijbehorende afschrijvingskosten.

Beleidsmakers vreesden dat veehouders zouden wachten met stoppen van de melkproductie om zolang mogelijk van de melkpremie te profiteren, maar dalende quotumprijzen gingen dit tegen. De hogere melkprijzen maken voortzetting van de productie interessanter.

Zoogkoeien
België en Frankrijk ontkoppelden de premie voor zoogkoeien niet in tegenstellingtot Nederland. Dit is nadelig voor de concurrentiepositie van de Nederlandse zoogkoeienhouders. Het effect heeft geen grote invloed op het aanbod van Nederlandse dieren, omdat de alternatieve aanwendingsmogelijkheden voor het grasland waarop de zoogkoeien grazen beperkt zijn.

Kalfsvlees
Nederland en Frankrijk zijn de grootste producenten van kalfsvlees. Beide landen behielden de koppeling via de slachtpremie, zodat de concurrentieverhoudingen hetzelfde bleven. De kalverhouders houden het merendeel van de kalveren op contract voor integraties (ondernemingen die zorgen voor kalveren, melkpoeder en afzet van de vleeskalveren). Het aantal vleeskalveren dat in Nederland werd geslacht nam af, terwijl het aantal gehouden dieren gelijk bleef. Dit betekent een toename van de de export van levende dieren. Dit heeft volgens het LEI geen gevolgen voor de verwerkende industrie in Nederland (de integraties), omdat deze ook de handel van kalveren op zich nemen.

Het LEI denkt dat de ontkoppeling waarschijnlijk niet leidt tot een grote uitstroom van kalverhouders, omdat de investeringen van de laatste jaren in het kader van dierenwelzijn nog niet zijn terugverdiend. Ook het feit dat de kalverhouders meestal toeslagrechten met speciale voorwaarden bezitten, maakt staken van de kalverhouderij financieel minder aantrekkelijk. De kalverhouders lijken niet tegen een ontkoppeling, mits dit in concurrerende landen ook gebeurt. De integraties zijn wel tegen en willenhet voortbestaan van de slachtpremies handhaven zolang de melkquotering bestaat.De redenering hierachter is dat deze quotering leidt tot hogere prijzen vanmelkpoeder en nuchtere kalveren, dus voor hogere productiekosten van kalfsvlees.

Rundvlees
De slachtpremie voor volwassen runderen bleef ook gekoppeld. De prijzen voor vleesstieren stegen ook door de internationale marktontwikkelingen. De meeste vleesstieren zijn afkomstig van de krimpende melkveehouderij. Ontwikkelingen in de omvang van de melkveehouderij zijn daarom van meer invloed op de omvang van de vleesstierensector dan het premiestelsel. Ook in het buitenland lijkt de ontwikkeling van de omvang van de sector onafhankelijk te zijn van de manier waarop premies worden uitgekeerd.

Verduurzaming
Een jaar voor de invoering van het GLB verkleinde de Nederlandse regering de minimale breedte van braakstroken van 10 tot 5 meter. Het doel was om meer braakstroken langs slootkanten te creëren, zodat er dan naar veronderstelling minder bestrijdingsmiddelen en meststoffen in het milieu komen. Het areaal smalle stroken nam toe van 890 hectare in 2004 tot 1.330 hectare in 2007. De oppervlakte braak nam af van 20.5000 hectare in 2004 naar 14.000 hectare in 2007.

Maatregelen om erosie te voorkomen op daarvoor gevoelige gronden (met name in Zuid-Limburg) zijn ondergebracht in de cross compliance voorwaarden. Dit betekent dat overtreders van de voorschriften naast de al bestaande sanctiemogelijkhedenook gekort kunnen worden op de uitbetaling van de toeslagrechten. De extra sanctiemogelijkheid moet leiden tot minder overtredingen. In 2005 werden er al geen overtredingen geconstateerd, zodat eigenlijk geen verbetering mogelijk is.

Lees ook Ontkoppelen steun vlas en hennep minimaliseert de teelt

Meer informatie LEI Wageningen UR: Ontkoppelen of koppelen, de juiste keuze?; Monitoring nationale keuzes hervormd landbouwbeleid

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.