Home

Achtergrond 377 x bekeken

Ontkoppelen steun vlas en hennep minimaliseert de teelt

De Europese Unie overweegt ook voor vlas en hennep de steun te ontkoppelen. Bij ontkoppeling daalt het saldo van deze teelten waarschijnlijk onder dat van tarwe, zodat ze mogelijk zelfs verdwijnen uit Nederland, met alle gevolgen voor de verwerkende industrie van dien. Dit blijkt uit een rapport van het LEI, dat de gevolgen van mogelijke veranderingen in het EU-beleid onderzocht voor de vezelvlas- en hennepsector in Nederland.

De EU denkt over veranderingen in het beleid voor vlas en hennep, zoals afbouw van de steun voor de verwerking (zogenoemde vezelsteun), regiosteun (er is 25 procent koppeling behouden in Frankrijk) en ontkoppeling van de premie voor lijnzaaizaad. De verandering kan aan de orde komen bij de Health Check van het Europese landbouwbeleid (GLB) of een volgende herziening van het GLB. Voor deze gewassen zijn bij de hervorming van het GLB in 2003 uitzonderingen gemaakt op de regel van ontkoppeling van steun aan de productie.

Betekenis van de vlas- en hennepteelt
De teelt van vlas in Nederland kromp tot een areaal van 2.500 hectare in 2007 en 2008. Daarvoor was het areaal nog ruim 4.000 hectare. Het gewas is het belangrijkst in het Zuidwesten van Nederland, vooral in Zeeuws-Vlaanderen. Het Nederlandse vlas wordt niet alleen voor de vezel geteeld; op 80 procent van het vlasareaal wordt zaaizaad gewonnen, dat ook naar landen buiten de EU gaat.

Vlas wordt als onderdeel van een breed bouwplan geteeld op ongeveer 600 akkerbouwbedrijven. Bij de teelt, verwerking en handel in Nederland zijn, exclusief toelevering en dienstverlening, ongeveer 275 arbeidsplaatsen betrokken. De teelt van vlas staat de laatste jaren onder druk door de forse stijging van de graanprijzen, terwijl de opbrengstprijzen van vlas stagneren. De vlasteelt in Nederland maakt deel uit van de teelt van bijna 100.000 hectare in een gebied samen met België en Noordwest-Frankrijk. Sinds het jaar 2000 is de omvang van de vlasteelt in Frankrijk wel toegenomen. In België is het gestabiliseerd.

De teelt van hennep (voor vezel) is in Nederland de laatste jaren zeer gering van omvang. Rond het jaar 2000 was er een areaal van 2.000 hectare. Vooral in het Noordoosten van het land wordt het gezien als een alternatief voor de graanteelt en mogelijk ook van zetmeelaardappelen. In de EU wordt ongeveer 15.000 hectare vezelhennep geteeld, voor een belangrijk deel in Frankrijk.

Verwerking van vlas en hennep
In Nederland zijn er (nog) zeven bedrijven die de eerste verwerking van het vlas(zwingelen) uitvoeren. Voor hennep zijn er momenteel twee verwerkende bedrijven en daarnaast zijn er initiatieven en experimenten op private basis en van Wageningen UR. Voor vlas (lange vezel) is de belangrijkste bestemming, de textielindustrie, nu vooral in China. De bestanddelen korte vezel en de scheven gaan net als de hennepvezel weg voor de 'fijnpapiermarkt' en voor diverse producten als isolatiemateriaal, composieten en dergelijke. Door de stagnerende vraag vanuit de Verenigde Staten zijn de voorraden aan vlasvezel opgelopen. Er is concurrentie van kunstvezels en katoen, terwijl de lage dollarkoers niet helpt voor de euro-opbrengsten.

Relatie telers en verwerkers
Tussen de telers en de verwerkers van vlas bestaan verschillende relaties.Naast teelt door de verwerkers op (zaaiklaar) gehuurd land en de vrije teelt,zonder afspraken, zijn er contracten of overeenkomsten waarbij het teelt- enprijsrisico is verdeeld tussen de telers en de verwerkers. In sommige contractenis de prijs vastgelegd, terwijl in andere – participatieovereenkomsten – de prijsvoor de teler mede afhankelijk is van het marktverloop.

In de overeenkomsten zijn er veelal ook afspraken over wie de oogstwerkzaamheden uitvoert: de verwerker, een loonwerker, een groep van telers gezamenlijk (vlaskernen) dan wel de individuele teler. Voor de oogst van vlas is geïnvesteerd in speciale machines, die niet, zoals maaidorsers, voor andere gewassen kunnen worden benut.

Effecten van afbouw beleid
Door ontkoppeling van de zaaizaadsteun voor lijnzaad en afbouw van de vezelsteun neemt het saldo per hectare van vlas en hennep af met achtereenvolgens ruim €550 en €250 per hectare. De saldi van vlas en hennep komen dan onder het saldo van tarwe, waarbij voor de prijs van tarwe (15 euro per 100 kg) is uitgegaan van een niveau dat hoger is dan voor de prijsstijging vanaf 2006, maar lager dan in het afzetseizoen 2007/08.

Om het saldoverschil met tarwe goed te maken, wat nodig is om akkerbouwers te blijven interesseren voor de teelt van vlas, zouden de opbrengstprijzen van vlas en vezels aanzienlijk moeten stijgen. Dit wordt bij de huidige marktsituatie en met de huidige voorraden aan vezel niet voor de eerstkomende jaren verwacht. Bij een afbouw van het beleid op korte termijn moet er rekening mee worden gehouden dat de vlasteelt in Nederland aanzienlijk krimpt of zelfs verdwijnt.

Voor de langere termijn zijn er gezien de kwaliteit van de vlasvezel uitNoordwest-Europa weliswaar perspectieven, maar het is de vraag of de kritische massa voor Nederland voldoende blijft om de teelt en verwerking voort tezetten. Ten opzichte van Frankrijk is de vlassector in Nederland bij afbouw vansteun in het nadeel. Gezien de bijzondere positie van Nederland als producent van lijnzaaizaad heeft het beleid ten aanzien van zaaizaad extra betekenis.Voor hennep kan de afbouw van de steun inhouden dat de teelt in Nederlandniet verder tot ontwikkeling komt.

Gevolgen voor economie, werkgelegenheid en regio
Het wegvallen van de vlassector zal vooral voelbaar zijn in Zeeuws-Vlaanderen,dat een groot deel van de teelt en verwerking herbergt. Naast de vlasverwerkende bedrijven ondervinden vooral ook ondernemers als loonwerkers en telers, die hebben geïnvesteerd in oogstmachines, financieel nadeel. Deze plattelandsregio heeft te maken met een krimp van de bevolking, maar heeft gezien de ligging kansen voor de vestiging van industrieën en voor glastuinbouwbedrijven.

Mogelijkheden voor beleid
De beleidsveranderingen die met betrekking tot vlas en hennep mogelijk zijn,kunnen te ingrijpend zijn om op één moment te laten plaatsvinden. Er kan aanleiding zijn voor een fasegewijze aanpak en het is van belang rekening te houden met de keuzes die Frankrijk en België maken. Daarnaast kan voor de ontwikkeling van de bedrijven en het gebied mogelijk meer gebruik worden gemaakt van het Europese plattelandsbeleid.

Het afbouwen van de EU-regelingen voor de vlassector heeft waarschijnlijk niet of nauwelijks een positief effect voor de vlasteelt en de verwerkers in derde landen (volgens de LEI-studie). Dit geldt bijvoorbeeld voor Egypte dat zich vooral richt op verpakkingssector. Onder de huidige omstandigheden op de graanmarkt, met de schaarste in de wereld, lijkt het waarschijnlijker dat overheden en boeren in dergelijke landen de komende jaren prioriteit geven aan de teelt van voedselgewassen in plaats van vezelgewassen en dergelijke.

Meer informatie LNV, 17 oktober 2008: Vlas en vezelhennep en herziening van het EU-beleid

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.