Home

Achtergrond 87 x bekeken

'Netto uienopbrengst is zo’n 13 procent hoger'

De netto opbrengst van de uienoogst 2008 is ongeveer 13 procent hoger dan het meerjarig gemiddelde.

Dat is de conclusie van de proefrooiing die Verenigde Telers Akkerbouw (VTA) in september uitvoerde. Met de helft minder deelnemers trekt VTA de betrouwbaarheid van de proef echter in twijfel. De netto opbrengsten lopen uiteen van 35 tot 88 ton per hectare. Op opbrengst is in het Zuidwesten beter dan in het Noorden, waar ook de Noordoostpolder en Flevoland onder vallen. "In het Zuiden hebben ze een beter groeiseizoen gehad", zegt Ralph de Clerck, VTA-bestuurslid en actief in de handelscommissie uien. "Het seizoen begon daar met voldoende water, terwijl droogte in de noordelijke helft van het land zorgde voor een dunnere stand." Toch zijn ook regionaal de verschillen per boer groot.

Met een aandeel van 65 procent 60 millimeter grove uien denkt De Clerck dat Nederland een mooi product aan de export aanbiedt. "Als de prijs aantrekt, is iedereen tevreden." Bij de representativiteit van de proefrooiing zet VTA zelf vraagtekens. "Met monsters van slechts 88 uientelers hebben we te maken met ongeveer de helft van het gebruikelijke aantal deelnemers", legt De Clerck uit. "In de oogsttijd denken boeren dat ze hiervoor geen tijd hebben. Een proefrooiing is echter de manier om een idee te krijgen wat er landelijk is gerooid en wat er in voorraad zit. Op basis daarvan kun je beslissingen over handel nemen."

Bovendien doen vooral telers met betere opbrengstverwachtingen mee aan de proefrooiingen. "Die zijn sneller bereid tot deelname, met een positiever beeld als gevolg. Ook hebben we nog te weinig leden in het Noorden. Je moet deze uitslag dus iets relativeren." VTA denkt erover om, net als bij de aardappelen, studenten in te zetten voor de proefrooiingen. Dan is het makkelijker om een uniforme monstername te creëren. "Maar dat kost geld. Dat moeten we dus met de leden overleggen."

Of registreer je om te kunnen reageren.