Home

Achtergrond 194 x bekeken

MIA voor waterbassin evenredig met gebruik voor nieuwe kas

Als een nieuw bedrijfsmiddel mede gebruikt wordt door bedrijfsmiddelen die niet onder de Milieu-investeringsaftrek (MIA) vallen, is het de vraag of voor dat nieuwe bedrijfsmiddel MIA kan worden verkregen. Dit is een situatie die zich vaak voordoet bij waterbassins die niet alleen voor groenlabelkassen gebruikt worden. Deze vraag is aan de Belastingdienst voorgelegd en beantwoord.

Kort samengevat is de voorgelegde vraag en het bijbehorende antwoord de volgende: een ondernemer investeert in een Groen Label Kas (GLK), die voldoet aan de voorwaarden voor het verkrijgen van MIA. Een voor de kas noodzakelijk waterbassin maakt onderdeel uit van die investering. De ondernemer gebruikt dat waterbassin echter ook voor kassen zonder groen label. In onderdeel 2 van bijlage 1 bij de Milieulijst staat dat tot de bestanddelen (van bedrijfsmiddelen waarvoor MIA kan worden verleend) tevens worden gerekend voorzieningen die technisch noodzakelijk zijn voor en uitsluitend dienstbaar zijn aan deze bedrijfsmiddelen en derhalve geen zelfstandige betekenis hebben.

Betekent ‘uitsluitend dienstbaar’ in casu dat in het geheel geen MIA voor het waterbassin kan worden gegeven, nu het waterbassin mede voor niet in aanmerking komende kassen wordt gebruikt? Als er in beginsel wel MIA over het waterbassin kan worden verleend, bestaat dan een recht op MIA over de hele kostprijs van het waterbassin of moet er een evenredige toedeling plaatsvinden?

De eis van het uitsluitend dienstbaar zijn geldt in casu niet voor het waterbassin. Voor zover investeringen niet op zogenaamde Milieulijst voorkomen, kan er toch MIA worden verleend als het gaat om voorzieningen ten behoeve van een bedrijfsmiddel dat wel op de Milieulijst voorkomt, die technisch noodzakelijk zijn en uitsluitend dienstbaar zijn aan dat bedrijfsmiddel (zie Aanwijzingsregeling willekeurige afschrijving milieu-investeringen en milieu-investeringsaftrek 2006, Bijlage, onderdeel 2). Investeringen die op de Milieulijst voorkomen, komen zonder meer voor MIA in aanmerking.

In de Milieulijst wordt de GLK zelf genoemd, alsmede teelttechnische en klimaattechnische voorzieningen daarvoor. Het waterbassin moet worden beschouwd als een teelttechnische voorziening, zodat de in gestelde eis van het uitsluitend dienstbaar zijn hiervoor niet geldt.

Als het waterbassin een overcapaciteit heeft ten opzichte van de GLK waarvoor de investering is aangemeld, en die overcapaciteit niet dienstbaar is aan andere GLK’s, kan in zoverre geen MIA worden verleend. Er moet dan een pro rata-toerekening worden gemaakt. Er is pas sprake van een overcapaciteit als geen redelijk denkende ondernemer kan volhouden de capaciteit geheel te willen bestemmen voor de betreffende GLK.

Mr. P.L.F. Seegers (voorzitter Platform Landelijke Landbouwnormen, werkzaam bij Belastingdienst Oost). Geschreven op persoonlijke titel

Lees ook Voorlopig certificaat Groen Label-kas

Meer informatie Vrom: Dossier Vamil en MIA

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.