Home

Achtergrond 181 x bekeken

Geen verdere tegemoetkoming aan vetmelkers

De zogenoemde vetmelkers krijgen geen ruimere voorziening dan minister Verburg van LNV hen aanbood om de gevolgen van de op een maximum gezette vetcorrectie van het melkquotum op te vangen. Dit deelde de minister mee in een brief aan de Tweede Kamer op 27 oktober 2008 in antwoord op een verzoek van de vaste Kamercommissie voor LNV. Vetmelkers leveren melk met een afwijkend vetgehalte ten opzichte van het gehalte dat in hun melkquotum gesteld is.

De Europese Commissie stelde op 4 oktober 2006 bij verordening een grenswaarde voor de negatieve correctie van het vetgehalte. De aangepaste hoeveelheid van de door de producent geleverde melk (waarover superheffing wordt berekend) mag niet minder zijn dan 75% van de daadwerkelijk geleverde hoeveelheid melk. Deze verordening werd van toepassing met ingang van het superheffingjaar 2007-’08, dus vanaf 1 april 2007.

De Brusselse verordening bood de veehouders een overgangstermijn voor de bedrijfsvoering van ongeveer een halfjaar. Daarnaast heeft Verburg de veehouders voor 2007-’08 een ook met de Tweede Kamer besproken overgangsvoorziening aangeboden. Haar overgangsvoorziening hield in dat uitgaande van gelijkblijvend leveringsniveau de helft van de eventueel verschuldigde superheffing in 2007-’08 wordt verevend. Dit gaf de betreffende veehouders de tijd om in plaats van al na een halfjaar pas anderhalf jaar na wijziging van de verordening hun bedrijfsvoering volledig aan te passen aan de nieuwe omstandigheden.

De minister deed in april 2007 alle 16 betrokken veehouders een aanbod op basis van het bovenstaande om te voorzien in een overgangsperiode voor het superheffingjaar 2007-’08. Daarnaast bood ambtsvoorganger Cees Veerman de getroffen melkveehouders aan dat zij hun quotum met hoog vetgehalte konden laten omzetten in quota met lagere vetgehaltes, zoals genoemd in de brief aan de Tweede Kamer van 16 februari 2007.

De veehouders zijn eerst in bezwaar en daarna in beroep gegaan bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBB). Eind juli 2008 heeft het CBB alle beroepen van de vetmelkers ongegrond verklaard. In de bestuursrechtelijke procedure is het CBB eindrechter. Tevens heeft het merendeel van de vetmelkers over de geboden oplossing een procedure aanhangig gemaakt bij de civiele rechter. Gezien het belang van een snelle uitspraak werd daarbij een tijdelijke voorziening gevorderd. De betreffende veehouders zijn voor de gevraagde tijdelijke voorziening in het ongelijk gesteld; de bijbehorende bodemprocedure loopt nog.

De minister concludeert dat ze over de geboden voorziening aan de veehouders meermalen met de Kamer overlegd heeft (ze noemt ook de brief van 11 april 2007, nummer 28.625-41). Ze begrijpt dat de veehouders de mogelijkheden aangrijpen om alsnog een ruimere voorziening te krijgen. De minister ziet geen nieuwe feiten om de volgens haar zeer zorgvuldig afgewogen voorziening te heroverwegen. “Ook gezien de uitspraken van de bestuursrechter en de voorlopige uitspraak van de civiele rechter bestaat er voor mij geen aanleiding om in de geboden voorziening veranderingen aan te brengen.”

Lees ook Vetmelkers krijgen geen extra quotum uit nationale reserve

Meer informatie LNV, 27 oktober 2008: Vetmelkers i.r.t. de superheffingsregeling

Meer informatie Zoeken in uitspraken op Rechtspraak.nl
(De uitspraken van het CBB voor de vetmelkers zijn te vinden onder LJN’s BD8786, BD8809, BD8810, BD8811, BF0028 en BF3951)

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.