Home

Achtergrond 219 x bekeken

Afschrijving tuinbouwkassen: jokken over staatssteun

De nooit in werking getreden bepalingen over de afschrijvingsregels inzake kassen krijgen mogelijk nog een politiek staartje. Verder blijft de vraag wat er gebeurt met het geld, dat de overheid hierdoor in de zak hield. Staatssecretaris Jan Cees de Jager stuurde op 30 oktober 2008 een reactie op vragen van de vaste commissie voor Financiën van de Tweede Kamer betreffende deze afschrijving in verband met de Europese regelgeving.

Kassen en afschrijving
Als onderdeel van de wet Werken aan winst (ingevoerd per 1 januari 2007) zijn de tarieven in de vennootschapsbelasting verlaagd. Ondernemers in de inkomstenbelasting (IB-ondernemers) kregen de MKB-winstvrijstelling. Een en ander werd onder meer gefinancierd door de afschrijving voor onroerende zaken te beperken. Gebouwen in eigen gebruik kunnen nu nog worden afgeschreven tot 50% van de WOZ-waarde. Gebouwen in gebruik bij derden kunnen (verhuurde panden bijvoorbeeld) mogen slechts tot de bodemwaarde (WOZ-waarde) worden afgeschreven.

De Tweede Kamer nam echter een amendement aan, dat er in essentie op neerkwam dat glasopstanden (kassen) voor de afschrijvingsbeperkingen (artikel 3.30a Wet IB 2001) niet als gebouw zouden worden aangemerkt. Als gevolg hiervan zou de afschrijvingsbeperkingen niet gelden voor kassen. Het amendement werd wel al in de inkomstenbelasting opgenomen (artikel 3.30 achtste lid Wet IB 2001), maar zou pas in werking treden op een bij Koninklijk Besluit (KB) te bepalen datum.

Staatssteun?
Direct na aanname van het amendement werd al de vraag gesteld of hier geen sprake was van staatssteun. En dat is zoals wij allen weten verboden, tenzij Brussel hiervoor toestemming geeft. Het amendement is daarom nader bekeken door ambtenaren, die tot de conclusie kwamen dat er inderdaad sprake was van staatssteun. Er was dus een probleem. Men kon achterwege laten het genoemde KB te publiceren of men kon in Brussel alsnog om toestemming vragen.

Vragen
Vervolgens stelde een lid van het Europees Parlement, de heer Mulder, aan de Europese Commissie (EC) vragen over de gang van zaken met betrekking tot de afschrijving op Nederlandse kassen. De EC gaf aan dat er geen officieel contact is geweest over dit onderwerp en dat er geen formele melding van het amendement heeft plaatsgevonden in het kader van een staatssteunprocedure. En dat antwoord was voor de vaste commissie voor Financiën van de Tweede Kamer weer aanleiding om Jan Kees de Jager weer eens aan te tand te voelen hoe het nu precies is gegaan. Op die vragen geeft de Staatssecretaris nu weer antwoord.

De Jager
De Staatssecretaris geeft aan zich te kunnen vinden in het antwoord van de Europese Commissie. Formeel is er, zo geeft de heer De Jager toe, over het ‘kassenamendement’ van de Tweede Kamer geen contact geweest met de EC. Er vond echter wel informeel contact plaats met de EC over het amendement.

Dit informele contact maakte Nederland duidelijk dat het amendement met daarin de voorgestelde uitzondering voor kassen niet door de Europese Commissie zou worden goedgekeurd. Nederland besloot vervolgens geen formele staatssteunmelding te doen. Hierbij speelde een rol dat bij een formele melding van het amendement de EC na een voorgeschreven langdurige onderzoeksprocedure vrijwel zeker een negatieve beschikking zou afgeven, waardoor het amendement alsnog niet in werking kon treden. Tijdens deze (langdurige) onderzoeksperiode zou niet beschikt kunnen worden over het voor het amendement beschikbare budget vanwege het Europese standstill-beginsel. Dit beginsel komt er op neer dat steun niet mag worden verleend voordat de Europese Commissie een eindbeschikking heeft genomen.

Help: er is geld over
Als gevolg van het voorgaande is het voor het amendement beschikbare budget van maar liefst €22 miljoen vrijgevallen. In het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2008 heeft het kabinet voorgesteld om €11 miljoen hiervan te gebruiken ter financiering van de verruiming van de mogelijkheden voor fiscaal geruisloze doorschuiving bij staking als gevolg van overheidsingrijpen (motie Slob). Verder is van €2 miljoen gebruikt voor de introductie van een vrijstelling in de overdrachtsbelasting voor bepaalde gebouwen en de ondergrond ervan bij vrijwillige kavelruil in het kader van de Wet Inrichting Landelijk Gebied (Wilg). Deze maatregelen zijn eerder door de Staten-Generaal goedgekeurd.

Dan resteert er nog een bedrag van €9 miljoen. Dit bedrag zal worden toegevoegd aan het budget van de MIA/VAMIL. Al met al heeft de regering dus geprobeerd om het bespaarde bedrag voor het grootste gedeelte aan de landbouw in het algemeen (en dus niet specifiek aan de tuinders) terug te geven. En andere oplossing zou ook heel moeilijk zijn geweest, omdat als enkel tuinders van de maatregel hadden kunnen profiteren, er al snel weer sprake was van ongeoorloofde staatssteun.

Staartje?
Vraag is nu of in de politiek genoegen wordt genomen met dit antwoord. Heeft de regering gejokt als ze zegt dat er om toestemming voor staatssteun is gevraagd? Naar nu blijkt is, dat niet het geval: formeel heeft ze dat nooit gedaan. Ze heeft het hoofd in de schoot gelegd op basis van informatie die ze kreeg na informele gesprekken. Maar goed, het lijkt er op dat de regering zijn best heeft gedaan. Verder is het bespaarde geld toch weer in de landbouw teruggepompt. En daarmee lijkt dit hoofdstuk ook voor de tuinders afgesloten.

mr. S.F.J.J. Schenk, directeur adviesgroep Fiscale Zaken van de GIBO Groep en voorzitter van de Nederlandse Federatie van Belastingadviseurs

Lees ook Vamil-regeling en afschrijvingsbeperking

Meer informatie Directie Fiscale Politiek, brief aan Tweede Kamer, 30 oktober 2008: Afschrijven tuinbouwkassen (pdf)

Meer informatie Ministerie van Financiën met zoekresultaten op trefwoord ‘tuinbouwkassen’

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.