Home

Achtergrond 129 x bekeken

Discussie over onteigenen voor natuur

De Federatie Particulier Grondbezit (FPG) vindt het inzetten van onteigening geen algemene oplossing voor het realiseren van de Ecologische Hoofdstructuur. De Raad Landelijk Gebied (RLG) bracht advies uit om vaker te onteigenen voor natuurdoeleinden. Ook de burgermedia besteden volop aandacht aan de mogelijkheid van onteigening voor natuurdoeleinden.

De RLG bood aan minister Gerda Verburg het rapport ‘De mythologie van onteigening’ aan op 24 januari 2008. Daarin betoogt de RLG dat onteigening vaker ingezet moet worden bij grondverwerving voor natuur. De aanleg van natuur gaat langzamer dan afgesproken. De noodzakelijke versnelling is mogelijk door grond te onteigenen en grondeigenaren daarvoor volledig schadeloos te stellen.

Onteigening wordt veel toegepast voor woonwijken, bedrijventerreinen, wegen en spoorlijnen, maar niet voor natuur. Volgens de raad houden vooral emotionele overwegingen onteigening voor natuur tegen. De feitelijke nadelen van onteigening zijn beperkt. De raad rekent in zijn advies af met de mythen dat onteigening nadelig is voor de landbouw, grondverwerving alleen maar vrijwillig mag, de grondprijs omhoog wordt gestuwd en de kosten van onteigening onbetaalbaar zijn.

De Onteigeningswet maakt behalve gerechtelijke onteigening ook samenwerking mogelijk tussen burgers en overheid om bij grondverwerving volledige schadeloosstelling te krijgen. Maar onteigening wordt vooral negatief geassocieerd met het afpakken van eigendom. De raad adviseert bestuurders en volksvertegenwoordigers bij rijk en provincie de afweging tussen publieke en private belangen voor natuur net zo te maken als voor wonen, werken en infrastructuur.

Het niet onteigenen betekent voor agrarische ondernemingen vaak veel onzekerheid voor het doen van investeringen, als het dan nog mogelijk is. Het bedrijf gaat als het ware ‘op slot’. Als de ondernemer dan op eigen initiatief zijn bedrijf verkoopt, moest tot voor kort vaak afgerekend worden met de fiscus in plaats van dat de fiscale faciliteit van de herinvesteringreserve gebruikt kon worden. Gelukkig is de laatste mogelijkheid nu versoepeld voor de ondernemers. Overigens blijft onteigening van grond en bedrijf een ingrijpende gebeurtenis, los van de bedrijfsmatige gevolgen. De eigenaar is vaak zeer gehecht aan de grond waar zijn familie vaak al tientallen jaren woonde en werkte.

De federatie van de grondbezitters reageert dan ook op de aanbevelingen van RLG. De FPG gaat ervan uit dat verwerving op vrijwillige basis altijd de voorkeur verdient. Dat creëert draagvlak. Daarom ziet de federatie meer in herverkaveling en grondruil in het kader van integrale gebiedsaanpak. De zittende eigenaar moet desgewenst medewerking krijgen om te verplaatsen, of hij moet als eerste het aanbod krijgen de grond voor natuur in te richten en te beheren.

Overigens moet de onteigende landbouwgrond voor natuurontwikkeling ook kunnen worden doorgeleverd aan particuliere natuurbeheerders. De terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties hebben niet het alleenrecht daarop. De grond hoeft geen publiek bezit te zijn. Gekwalificeerde particulieren zijn onder randvoorwaarden goed in staat publieke doelen met private middelen te realiseren, zo is de FPG van mening. Onteigening van onder de Natuurschoonwet gerangschikte landgoederen of delen daarvan kan en mag volgens de federatie nimmer aan de orde zijn.

De FPG sluit niet uit dat in bepaalde situaties onteigenen een oplossing is. Zeker als hiermee het zogenaamd ‘uitroken’ van particulieren en boeren wordt voorkomen. Onteigening kan ook aan de orde zijn als één enkele eigenaar de ontwikkeling van een gebied tegenhoudt, maar dan wel op basis van volledige schadeloosstelling.

Lees ook Studiemiddag Agrocount: De nieuwe Wet Ruimtelijke Ordening in de praktijk

Lees ook Zoekresultaten op Agrocount.nl met trefwoord ‘onteigening’

Meer informatie Website Federatie Particulier Grondbezit

Meer informatie Raad Landelijk Gebied: ‘De mythologie van onteigening’

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.