Home

Achtergrond 234 x bekeken

Voer is schaars

De neergang van de Sovjetunie is op alle bedrijven zichtbaar. De graanopbrengst blijft gemiddeld steken bij 1.500 kilo per hectare. Mest wordt niet gebruikt, maar geloosd.

De zeugen liggen in groepen van 6 en 8 op ons bedrijf. Ze liggen op een dichte vloer, ingestrooid met houtzaagsel. De guste en dragende zeugen hebben uitloop en kunnen buiten rondscharrelen. Op andere bedrijven, met oudere Russische stalsystemen, spoelen ze de mest met water weg. Die komt buiten in een groot gat achter de stallen.

Tot 1990, dus in de tijd van de Sovjetunie, werden die gaten in de zomer met water afgevuld en gemixt. Dan ging de dunne mest via irrigatiekanalen zo het land op tussen de mais en luzerne. Maar veel van die betonnen kanalen zijn nu kapot of afgebroken. Dus loopt veel mest ongebruikt via een overstroom de beekjes in.

De tarwe, gerst en mais worden hier dus amper tot helemaal niet bemest. Al jaren niet meer. Omdat ook de kunstmest heel duur is, is de opbrengst van de grond heel laag in deze regio. Die blijft steken op 300 (u leest het goed, inderdaad, driehonderd !) tot 2.000 kilo tarwe per hectare. Daar kun je de combine nog niet voor starten.
In de echte graanstreken ligt de opbrengst wel hoger, ondanks dat daar ook nauwelijks bemest wordt. De grond is er gewoon van veel betere kwaliteit, het is net als in Oekraine een meter dik zwart zand. Podzo is het Russische woord hiervoor, en wie in Nederland de landbouwschool volgde, kent het.

Wij gebruiken de mest nog steeds op het land waar we gerst zaaien. Onze opbrengst ligt daardoor aan de bovenkant van die 2 ton per hectare, ondanks de kwalitatief slechte grond en droogte. Het sneeuwt hier vaak al voordat het graan rijp is. We maaien het daarom in zwad, en hopen dat het droog is voor de sneeuw valt. Wachten met maaidorsen tot het graan rijp is, is hier nutteloos. Heeft er namelijk sneeuw over het gewas gelegen, dan willen de varkens het heel slecht vreten.

We maken het meel voor de varkens zelf van de eigengeteelde gerst aangevuld met bijgekochte gerst, tarwe en soja. Sinds 2 jaar voeren we een locaal gemaakte premix.
Korrelmais wordt hier volop geteeld, maar dat kopen we niet. Het is namelijk meestal al groen uitgeslagen van de schimmel. Je kunt er vergif op innemen dat het dan vol mycotoxines zit. Die leiden tot biggensterfte en ziekten onder de vleesvarkens. Bij de zeugen geeft het abortus en een enkele keer ook een dode zeug. U merkt het, ik heb leergeld betaald.

Naast het meel krijgen de zeugen bierbostel zoveel als ze willen. De oudere vleesvarkens ook. We voeren de zeugen 1,5 tot 2 kilo krachtvoer naast de bierbostel. Als er ’s winters te weinig bierbostel is, geven we de zeugen tot 3 kilo krachtvoer extra. Maar nog liggen ze dan koud en zijn ze onrustig. Het groeien is dan helemaal gebeurd.

« vorige | volgende »

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.