Home

Achtergrond 264 x bekeken

Slechts één voorziening voor varkensfokker

Door het opnemen van voorzieningen op de balans kan de ondernemer de fiscale jaarwinst drukken. In jaren met hoge winsten is het daarom aantrekkelijk om (meer) toe te voegen aan een voorziening. De directe belastheffing komt daardoor later. Nu kan een voorziening niet zomaar gevormd worden. Hiervoor heeft de Hoge Raad spelregels gegeven. Deze spelregels geven echter nog wel ruimte voor interpretatieverschillen. Deze leveren regelmatig discussies op met de fiscus.

Een andere mogelijkheid om de winst te drukken is om de bedrijfsmiddelen af te waarderen op de zogenoemde ‘lagere bedrijfswaarde’. Wat die lagere bedrijfswaarde precies inhoudt, is onduidelijk en daarmee lastig te bewijzen. Dit heeft tot gevolg dat deze afwaardering in de praktijk bijna niet voorkomt.

In een recente uitspraak van het gerechtshof in Den Bosch over een varkensfokker komt zowel de voorzieningenproblematiek als de lagere bedrijfswaardeproblematiek voor deze bedrijfstak aan de orde. De uitspraak geeft helder de (on)mogelijkheden rondom de voorzieningen- en lagere bedrijfswaardeproblematiek weer.

De zaak lag als volgt:
De ondernemer exploiteert samen met zijn echtgenote een varkensfokbedrijf. Hij wenst op zijn balans een aantal voorzieningen op te nemen: een voorziening wegens afvoerkosten mestvoorraad, een voorziening voor in de toekomst te maken kosten in verband met het Varkensbesluit en een voorziening wegens asbestsanering. Als de voorzieningen niet mogelijk zijn, wil de ondernemer zijn bedrijfsstallen afwaarderen op lagere bedrijfswaarde.

Het hof maakt korte metten met het merendeel van de standpunten van de varkensfokker. Er mag wel een voorziening voor afvoerkosten mestvoorraad worden opgenomen. Over de hoogte hiervan bereiken partijen ter zitting alsnog een compromis.

Door de overige voorzieningen wordt een streep gezet. De voorzieningen met betrekking tot de regelgeving (Varkensbesluit) en de asbestsanering mogen niet gevormd worden. Het is volgens het hof niet gebleken dat de kosten waarvoor de voorzieningen zijn gevormd, zijn opgeroepen door de bedrijfsuitoefening in het verleden.

Afwaardering op lagere bedrijfswaarde van de bedrijfsstallen komt evenmin aan de orde. Het bewijs voor deze lagere bedrijfwaarde is volgens het hof niet geleverd.

Op grond van deze uitspraak is het voor veehouders mogelijk om een voorziening voor toekomstige afvoerkosten mestvoorraad te vormen. Een voorziening voor astbestsanering en het varkensbesluit is niet mogelijk. De (theoretische) afwaardering op lagere bedrijfswaarde is in de praktijk vrijwel onmogelijk.

Mr. P.L.F. Seegers (voorzitter Platform landbouwnormen, werkzaam bij Belastingdienst Oost). Geschreven op persoonlijke titel.

Lees ook Wettelijke varkensstaleisen rechtvaardigen voorziening niet zonder meer

Meer informatie Uitspraak Hof Den Bosch, 18 juli 2007

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.