Home

Achtergrond 97 x bekeken

Geen aftrek btw voor onzakelijke verbouwing

Soms gebruiken ondernemers een deel van hun bedrijf tijdelijk als noodwoning. In een opmerkelijke uitspraak heeft het gerechtshof in Leeuwarden beslist dat er geen recht op btw-aftrek bestaat, omdat er sprake is van een onzakelijke verbouwing in het bedrijf. Deze uitspraak heeft ook consequenties voor agrariërs die (onzakelijk) verbouwen in hun bedrijfspand.

De zaak waarover het hof in Leeuwarden beslist heeft, is de volgende:

De belanghebbende, een vennootschap onder firma (vof), oefent een groothandel in verven uit. De vof heeft twee firmanten. De firmanten hebben het gebruik van een bedrijfsloods ingebracht in de vof, die de loods heeft aangemerkt als bedrijfsvermogen. In 2000 is een deel van de zolder van de loods geschikt gemaakt voor bewoning door de vennoten. Zij hebben hiervoor aan de belanghebbende geen vergoeding verstrekt. De bewoning heeft circa 2 jaar geduurd, waarna de zolder weer bestemd werd voor bedrijfsdoeleinden. Belanghebbende heeft ter zake van de verbouwing €8.009 als voorbelasting in aftrek gebracht. Dit bedrag is geaccepteerd voor wat betreft de kosten voor het aanbrengen van een badkamer en een toilet. Voor het overige heeft de inspecteur dit bedrag niet in aftrek toegestaan.

Het hiertegen gerichte beroep van belanghebbende slaagt niet. Het hof overweegt dat de verbouwing, met uitzondering van het in aftrek toegestane deel, volledig heeft plaatsgevonden ten behoeve van de bewoning door de vennoten. Van een zakelijk belang van belanghebbende is geen sprake geweest. Bovendien, zo oordeelt het hof, wordt de verbouwingsprestatie, niet (mede) voor het bedrijf, noch (in)direct voor belaste handelingen gebruikt, zodat belanghebbende ook op grond van artikel 17 Zesde Richtlijn geen recht heeft op aftrek.

Daarnaast is, anders dan de vof stelt, door de verbouwing geen nieuw vervaardigd goed ontstaan. Het uiterlijk van de loods is niet veranderd, terwijl slechts voor een zeer beperkt deel een tijdelijke functiewijziging is opgetreden. De verbouwingsprestatie moet dan ook worden aangemerkt als een dienst, terwijl van deze dienst niet kan worden gezegd dat hij gebruikt wordt voor belaste handelingen. Met belanghebbende is het hof echter wel van oordeel dat zij niet hoefde te twijfelen aan de juistheid van het door haar ingewonnen advies bij haar accountant. Van grove schuld is dan ook geen sprake. De boete wordt om die reden verminderd.

Uit de uitspraak kan worden afgeleid dat een verbouwing voor privé-doeleinden niet tot aftrek van btw leidt. Bij verbouwingen van schuren enz. tot woongedeelten zal de ondernemer met deze beperkte btw-aftrek rekening moeten houden.

Mr. P.L.F. Seegers (voorzitter Platform landbouwnormen, werkzaam bij Belastingdienst Oost). Geschreven op persoonlijke titel.

Lees ook Overbrengen woning van ondernemingsvermogen naar privévermogen

Meer informatie Uitspraak hof Leeuwarden, 7 september 2007

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.