Home

Achtergrond 342 x bekeken

Afschrijvingsregels voor onroerende zaken van Hoge Raad

De Hoge Raad heeft in een arrest uiteengezet hoe de afschrijving op onroerende zaken plaats dient te vinden. Het arrest geeft een goed en uitgebreid beeld over de fiscale afschrijvingsregels. De Hoge Raad grijpt het arrest aan om een aantal vragen over afschrijving te beantwoorden en om opnieuw piketpaaltjes te slaan in de discussie over de afschrijving van onroerende zaken. Hieronder volgt een beknopte samenvatting van de overwegingen van de Hoge Raad.

Uitgangspunt

Binnen het fiscale jaarwinstbegrip hebben afschrijvingen ten doel lasten die worden opgeroepen door de aanschaffing van zaken die voor het drijven van een onderneming worden gebruikt, te spreiden over de jaren waarin dat gebruik plaatsvindt.

Omvang afschrijving

Het in totaal voor afschrijving in aanmerking komend bedrag bestaat uit: de kosten van de aanschaf van het bedrijfsmiddel plus de kosten van investeringen die bij de aanschaf hebben plaatsgevonden vanwege dat bedrijfsmiddel minus de restwaarde.

Restwaarde

De restwaarde moet schattenderwijs worden bepaald op de waarde die het bedrijfsmiddel bij het einde van het gebruik in elk geval waard zal zijn.

Goed koopmansgebruik vereist niet dat bij de bepaling van de restwaarde rekening wordt gehouden met waarschijnlijke (bijvoorbeeld als gevolg van te verwachten inflatie), maar nog niet zekere toekomstige waardestijgingen van het bedrijfsmiddel. Als met die mogelijke toekomstige waardestijgingen rekening zou worden gehouden, zou de jaarwinst via een lagere afschrijving worden verhoogd als gevolg van iets dat nog niet heeft plaatsgevonden. Goed koopmansgebruik verplicht niet tot een dergelijk vooruitlopen op toekomstige waardestijgingen.

Goed koopmansgebruik vereist verder niet dat de afschrijvingen doorlopend worden aangepast aan verandering van de restwaarde. Aanpassing van de afschrijvingen is wel geboden bij een aanmerkelijke verandering van waarde, die redelijkerwijs als blijvend kan worden beschouwd.

Afschrijving bij onroerende zaken

Als het bedrijfsmiddel een onroerende zaak is en de grond dienstbaar is aan de opstal, vormen opstal en grond één bedrijfsmiddel. Bij de vaststelling van de restwaarde zal dan de waarde van de grond bij het einde van de gebruiksduur van de opstal moeten worden betrokken. Als de belastingplichtige naar verwachting bij het einde van het gebruik van het gebouw niet door verkoop de waardestijging van de grond zal realiseren, omdat de grond dienstbaar zal blijven aan de bedrijfsuitoefening door de belastingplichtige ter plaatse, hoeft hij bij de bepaling van de restwaarde geen rekening te houden met een eventuele waardestijging van de grond.

Progressieve, degressieve of lineaire afschrijving

Goed koopmansgebruik laat toe de aanschaffings- of voortbrengingskosten over de gebruiksduur van dat bedrijfsmiddel te verdelen naar de maatstaf van de nutsprestaties, die het oplevert. Het is echter geen verplichting daartoe.

Voor zover de overwegingen van de Hoge Raad.

Wetswijziging per 1 januari 2007

Van belang is om rekening te houden met de wettelijke afschrijvingsbeperking voor beleggingsvastgoed vanaf 1 januari 2007. Op beleggingsvastgoed mag niet verder worden afgeschreven dan tot op de WOZ-waarde. Op onroerende zaken die in de onderneming zelf in gebruik zijn, mag met ingang van 2007 niet verder worden afgeschreven dan tot op 50% van de WOZ waarde. Deze afschrijvingslimieten worden ook wel de bodemwaardes genoemd. De arresten blijven in de toekomst nog van belang voor die gevallen dat de bodemwaarde nog niet is bereikt. Daarnaast zijn de arresten van belang voor degenen die nog over voorgaande jaren met de fiscus in discussie zijn over de fiscale afschrijving op vastgoed.

Mr. P.L.F. Seegers (voorzitter Platform landbouwnormen, werkzaam bij Belastingdienst Oost). Geschreven op persoonlijke titel.

Lees ook Aankoop grond, kosten waarmee je (bijna) niets kunt

Meer informatie Uitspraak Hoge Raad, 10 augustus 2007

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.