Home

Achtergrond 148 x bekeken

Staking melkveebedrijf (veel) te laat geregeld

De inkomstenbelasting kent enkele mogelijkheden om belastingheffing over bij staking van een onderneming behaalde winst uit te stellen. De belangrijkste mogelijkheden zijn de geruisloze inbreng in een bv, de vorming van een herinvesteringsreserve (HIR) en het bedingen van een lijfrente, meestal bij de eigen BV. Als de ondernemer voor zo’n fiscale constructie kiest, is het van groot belang om hiermee op tijd te beginnen. Wie te laat is, loopt de genoemde faciliteiten mis, en moet alsnog afrekenen met de Belastingdienst, meestal naar een tarief van 52%. En dat was precies wat zich afspeelde in de onderstaande zaak die diende bij de rechtbank in Breda.

Melkveebedrijf

Een ondernemer en zijn echtgenote dreven in maatschap een melkveebedrijf. Geweldig liepen de zaken blijkbaar niet, want onder druk van de huisbankier verkochten zij het melkquotum in 2001. Met de in januari en februari 2002 ontvangen koopsom losten ze de schuld bij de bank af. In augustus 2002 werd door de ondernemer en zijn echtgenote een bv opgericht. Deze bv trad per 1 januari 2003 toe tot de nog steeds bestaande maatschap. Voor de door de ondernemer en zijn partner behaalde winst werd (gefinancierd met een lening van een bank) bij de bv een lijfrente bedongen. Op deze manier dachten ze nog niet te hoeven afrekenen met de fiscus over de behaalde winst. Betalen van belasting zou pas aan de orde komen als ze de lijfrentetermijnen zouden gaan ontvangen.

Lijfrente

Als een derde (i.c. de bv) tot een maatschap toetreedt, betekent dat voor de zittende maten een gedeeltelijke staking van hun onderneming. Over de bij deze staking behaalde winst moet worden afgerekend. De ondernemer en zijn echtgenote dachten dit in hun geval dus te voorkomen door voor het bedrag van de behaalde stakingswinst bij de tot de maatschap toegetreden (eigen) bv een lijfrente te bedingen. Wat echter niet mogelijk is, is dat de ondernemer zijn onderneming eerst staakt en een poosje daarna nog eens een lijfrente gaat bedingen. Voor een reeds gestaakte onderneming kan geen lijfrente (meer) bedongen worden. En ook kan een herinvesteringsreserve niet ‘over de staking heen’ worden meegenomen. Dat laatste is anders bij een (gedwongen) bedrijfsverplaatsing. Daarvan was hier geen sprake.

Staking

De rechtbank in Breda vond dat de verkoop van het volledige quotum feitelijk het einde van de onderneming betekende. Dat maakt de vorming van een HIR of het bedingen van een lijfrente niet meer mogelijk. Verder besliste de rechtbank (voor het geval in deze zaak toch geen sprake zou zijn van een staking) dat het bedingen van een lijfrente niet mogelijk was omdat de bv geen onderneming overnam, maar slechts een zak met geld. Van de oorspronkelijke onderneming restte door de eerdere verkoop van het quotum in 2001 niets meer dan een zak geld. En een zak geld (hoe smakelijk ook) is nu eenmaal geen onderneming. Dat de rechter liet weten begrip te kunnen opbrengen voor de door de ondernemer aangevoerde beweegredenen zal voor de laatste ongetwijfeld weinig meer zijn geweest dan een schrale troost. Want de aanslag ging niet van tafel.

Conclusie

Voor wie in geval van een in aantocht zijnde staking de fiscus buiten de deur wil houden zijn er genoeg mogelijkheden. Maar die moeten ruim van tevoren van stal worden gehaald. Anders loopt het mis. Melkveebedrijven moeten helemaal voorzichtig zijn. Voor hen valt in fiscale zin het doek vaak al als het quotum de deur uitgaat. Nog wat doorgaan met jongvee en soortgelijke activiteiten zal in de meeste gevallen niet voorkomen dat er in fiscale zin al sprake is van een staking. Met alle fiscale ellende van dien.

S.F.J.J. Schenk, directeur adviesgroep Fiscale Zaken van de Gibo Groep


Meer informatie De volledige uitspraak van de rechtbank in Breda, 7 juli 2007

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.