Home

Achtergrond 127 x bekeken

Samen werken, samen betalen

In de inkomstenbelasting mag inkomen soms tussen de partners verdeeld worden, om een optimaal resultaat te bereiken. Dat geeft problemen als één aanslag al vaststaat en de andere aanslag pas later (en afwijkend van de aangifte) wordt vastgesteld. Daarom heeft het ministerie van Financiën nu met terugwerkende kracht een verruiming aangekondigd, het Besluit partneraangiften (CPPO7-583) van 31 juli 2007.

Balkenende IV

Samen werken samen leven was het motto dat het kabinet-Balkenende IV in juni 2007 presenteerde. Daar had het nog aan kunnen toevoegen: Samen betalen. Want de verwachting is dat de belastingtarieven in 2008 flink zullen stijgen. Gelukkig mag u samen betalen. Dat betekent: samen met uw echtgenoot of partner.

Fiscale partners (onder wie echtgenoten) mogen inkomen uit gemeenschappelijke inkomensbestanddelen vrij onderling verdelen. Een voorbeeld hiervan is de eigen woning. Maar ook, voor de agrarische sector belangrijk, met de winst in een man-vrouwmaatschap (beter gezegd: iedere maatschap of firma tussen partners) wordt regelmatig geschoven. Bijvoorbeeld omdat de een meer uren in de onderneming heeft gewerkt dan de ander. Zo kunnen de partners een zo laag mogelijke fiscale druk bereiken. Problemen ontstaan als de aanslag van de ene partner al vaststaat en de fiscus later bij de aanslag van de andere partner afwijkt van de eerder ingediende aangifte.

Verdelen

Op dit moment kunnen de partners het inkomen verdelen tot het moment waarop de aanslag van één van beide partners onherroepelijk vaststaat. Dit is gedaan vanwege de uitvoerbaarheid van de regeling. Dit geeft problemen als de inspecteur de aanslagen van de partners niet tegelijkertijd vaststelt. Het komt voor dat de aanslag van de ene partner al onherroepelijk vaststaat, terwijl pas op een later tijdstip de aanslag van de ander wordt bepaald. Als de inspecteur de aanslag van die andere partner niet overeenkomstig de ingediende aangifte vaststelt, is er een probleem.

Door de aangebrachte correcties kan een wijziging in de toerekening gewenst zijn. Hetzelfde probleem kan optreden als aan een van de partners een navorderingsaanslag wordt opgelegd of als de aanslag van een van de partners wordt verminderd. Maar ook in andere gevallen kan (achteraf) blijken dat de gekozen verdeling fiscaal gezien niet de gunstigste is geweest. Het probleem is nijpend geworden nu de Belastingdienst steeds vaker aanslagen van partners niet meer samen afhandelt.

Goedkeuring

De staatssecretaris acht het (terecht) niet wenselijk dat fiscale partners door het veranderde werkproces van de Belastingdienst geen invloed meer hebben op de gevolgen van hun verdeling van inkomen. Daarom heeft hij (vooruitlopend op een wetswijziging) goedgekeurd dat als de aanslag van één van de partners onherroepelijk vaststaat, de inkomenstoerekening op verzoek van beide partners alsnog wordt gewijzigd.

Het verzoek kan worden gedaan totdat de aanslagen van beide partners onherroepelijk vaststaan. Als wijziging van de toerekening tot gevolg heeft dat de onherroepelijk vaststaande aanslag van de ene partner te laag is vastgesteld, geldt de goedkeuring alleen als die partner instemt met het opleggen van een navorderingsaanslag. Dat is een logische en terechte voorwaarde.

Wanneer?

Op de versoepeling kan ook een beroep worden gedaan als de aanslagen van beide fiscale partners inmiddels onherroepelijk vaststaan en de aanslagen betrekking hebben op de kalenderjaren 2005 en later. In dit geval verleent de inspecteur de tegemoetkoming ambtshalve, maar slechts als het verzoek daartoe, inclusief de instemming van de partner tot navordering, is ingediend vóór 1 januari 2008. Het besluit werkt terug tot en met 1 januari 2001.

S.F.J.J. Schenk, directeur adviesgroep Fiscale Zaken van de Gibo Groep

Lees ook In de maatschap?
Meer informatie Besluit partneraangiften van het ministerie van Financiën op 31 juli 2007

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.