Home

Achtergrond 762 x bekeken

Afschrijving op varkensrechten in het kader van TBS

Om in het kader van de fiscale TBS-regeling af te kunnen schrijven op (varkens)rechten moet de ondernemer van die rechten eigenaar zijn. Verder geldt voor vergunningen, ontheffingen, concessies en andere dispensaties van publiekrechtelijke aard een bijzondere regeling. Varkensrechten vormen zo’n recht van publiekrechtelijke aard.

TBS

Niet alleen het strafrecht kent een tbs. Sinds 1 januari 2001 komt er ook een tbs voor in het fiscale recht en heeft daar eveneens de naam terbeschikkingstelling. De fiscale regeling wordt verder de terbeschikkingstellingsregeling of TBS genoemd. Alhoewel de regeling ingewikkeld is en in tal van verhoudingen de kop op kan steken zijn er twee gevallen aan te wijzen waarin de regeling ook in de landbouwsector zich regelmatig voordoet. Het betreft:

1) de situatie waarin echtgenoten op huwelijkse voorwaarden getrouwd zijn (koude uitsluiting bijvoorbeeld) en de ene echtgenoot goederen verhuurt, verpacht of uitleent aan de andere echtgenoot, die deze goederen in zijn of haar bedrijf gebruikt.
2) de situatie waarin de Directeur Groot Aandeelhouder (DGA) van een bv privé-vermogen aan zijn eigen bv verhuurt of verpacht. Hierbij moet gedacht worden aan onroerend goed of productierechten.

Het gerechtshof in Arnhem heeft onlangs in hoger beroep een beslissing genomen in een zaak waarin een DGA aan zijn bv varkensrechten verhuurde. De DGA wilde op zijn verhuurde rechten afschrijven. Dat werd niet toegestaan. Om de zaak te begrijpen moet de beslissing van de rechtbank bekeken worden omdat het hof, zonder verder inhoudelijk op de zaak in te gaan, alleen maar de beslissing van de rechtbank bevestigde.

Geschil

In 1986 werden mestproductierechten toegekend aan de varkenshouderij [B] bv. In 1989 werden de activiteiten van deze bv gesplitst. De exploitatie van de varkenshouderij werd voortgezet door [C] bv. Van deze vennootschap was belanghebbende, de heer S., enig aandeelhouder. Vervolgens zijn per 1 januari 1992 de bedrijfsactiviteiten van [C] bv overgedragen aan een nieuw opgerichte dochtermaatschappij, [D] bv.

Per 1 januari 1992 werd een maatschap opgericht tussen [D] bv en E., zoon van S. In deze maatschap heeft [D] bv haar onderneming ingebracht. Van deze onderneming maakten ook de haar toekomende mestproductierechten deel uit. Volgens een door de notaris ondertekend formulier, ingevuld ter splitsing van de mestproductierechten, was [B] bv de oude (juridische) eigenaar van de mestproductierechten, terwijl de maatschap [F] de nieuwe (juridische) eigenaar was. In 1998 zijn mestproductierechten omgezet in varkensrechten.

S. heeft in zijn aangifte inkomstenbelasting 2001 op de hiervoor bedoelde varkensrechten ten laste van zijn inkomen een bedrag afgeschreven van €28.560. De inspecteur heeft deze post niet geaccepteerd. S. daarentegen betoogde dat hij per 1 januari 2001 als privé-persoon is toegetreden tot de maatschap [F], dat hij daarbij behalve het gebruik en genot van de onroerende zaken ook het gebruik en genot van de varkensrechten heeft ingebracht, en dat op deze varkensrechten afgeschreven kan worden.

Beoordeling geschil

De rechtbank in Arnhem was er gauw klaar mee. De rechtbank was van oordeel dat S. nooit, ook niet in economische zin, eigenaar is geweest van de mestproductie- en varkensrechten. Gevolg daarvan is dat van ter beschikking stellen van varkensrechten aan de maatschap [F] geen sprake kan zijn. De inspecteur weigerde daarom terecht afschrijving toe te staan op de varkensrechten. Daar kwam nog bij dat (zelfs indien S. eigenaar zou zijn geweest) op grond van artikel AJ, lid 1 van de Invoeringswet Wet Inkomstenbelasting 2001 het zo is dat vermogensbestanddelen die per 1 januari 2001 ter beschikking worden gesteld aan een samenwerkingsverband waarin een vennootschap participeert waarin de belastingplichtige een aanmerkelijk belang heeft, te boek worden gesteld voor de waarde in het economische verkeer op dat tijdstip. Voor vergunningen, ontheffingen, concessies en andere dispensaties van publiekrechtelijke aard is hierop in het tweede lid een uitzondering gemaakt. Deze vermogensbestanddelen worden per 1 januari 2001 te boek gesteld voor de (kortgezegd) historische kostprijs. Varkensrechten vallen naar de mening van de rechtbank onder deze uitzonderingsregeling. In hoger beroep bleef de uitspraak van de rechtbank volledig overeind. S. trok aan het kortste eind.

Conclusie

Valt uit de beslissing van rechtbank en hof iets af te leiden voor de dagelijkse praktijk wat we nog niet wisten? Dat valt wel mee. Om af te kunnen schrijven moet je (economisch) eigenaar zijn. Dat klinkt logisch. Varkensrechten (en naar mijn mening ook andere productierechten, zoals melkquotum) vormen een vergunning van publiekrechtelijke aard. Ook dat kan geen verrassing zijn. Anders had iedere melkveehouder toch echt wel investeringsaftrek geclaimd bij uitbreiding van zijn quotum. Maar dat kan niet, want quotum is volgens vaste rechtspraak een vergunning van publiekrechtelijke aard.

S.F.J.J. Schenk, directeur adviesgroep Fiscale Zaken van de Gibo Groep

(Gerechtshof Arnhem 20 juni 2007, nummer 06/00031, LJN: BB0627, in vervolg op Rechtbank Arnhem 21 december 2005, nummer AWB 05/1987, LJN: BB1426)

Lees ook Studiemiddag Personenvennootschappen
Meer informatie De volledige uitspraak van Hof Arnhem, 20 juni 2007
Meer informatie De volledige uitspraak van de rechtbank in Arnhem, 21 december 2005

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.