Home

Achtergrond 127 x bekeken

Vrijstelling overdrachtsbelasting agrarische grond ook voor belegger

In 2001 kopen een moeder en haar dochter samen grond van twee agrariërs die gezamenlijk een bedrijf runden en nu deze grond in pacht nemen. De twee agrariërs splitsen het bedrijf, zodat zij afzonderlijk een eigen bedrijf kunnen exploiteren. Dat is mede mogelijk doordat met de opbrengst van ƒ1,2 miljoen er andere grond bij gekocht kan worden.

De verkopers menen gebruik te kunnen maken van de vrijstelling van overdrachtsbelasting voor agrarische grond, omdat deze aankoop leidt tot verbetering van de structuur van de landbouw. De kopers kunnen nu elk hun eigen bedrijf exploiteren met in totaal een grotere oppervlakte.

De Inspecteur volgt deze redenering niet, omdat de aanpassing in 2001 van de Wet op belastingen van rechtsverkeer (BRV) zou eisen dat de kopers de grond zelf bedrijfsmatig moeten gebruiken. Die eis gaat de Hoge Raad te ver, omdat in eerdere jurisprudentie die eis niet werd gesteld en omdat de aanpassing van de BRV niet tot doel had het gebruik van de vrijstelling te beperken. De Hoge Raad verwijst de zaak. Het verwijzingshof moet bepalen of de koop redelijkerwijs leidt tot verbetering van de landbouwstructuur. In dat geval zullen moeder en dochter de overdrachtsbelasting niet hoeven te betalen.

Lees ook Nieuw besluit overdrachtsbelasting en pacht
Meer informatie De volledige uitspraak van de Hoge Raad, 13 juli 2007

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.