Home

Achtergrond 173 x bekeken

Nieuwe splitsing koopsom niet aannemelijk gemaakt

De splitsing van de koopsom bij de aankoop van een agrarisch bedrijf blijft de praktijk bezighouden. De belangen bij zo’n een splitsing zijn dan ook erg groot. Nu hebben koper en verkoper vaak een tegengesteld belang.

De verkoper wenst een zo hoog mogelijk bedrag aan de landbouwgrond toegerekend te krijgen. Immers op landbouwgrond is veelal de landbouwvrijstelling van toepassing, zodat over dit gedeelte van de koopsom geen belasting verschuldigd is. Dit in tegenstelling tot de koper, deze wenst een zo laag mogelijk bedrag aan de landbouwgrond toegerekend te krijgen. Op landbouwgrond kan immers niet afgeschreven worden en op gebouwen wel.

Als eenmaal een splitsing in de notariële akte is vastgelegd, zijn beide partijen in de meeste gevallen ook voor de fiscale splitsing hieraan gebonden. Dit heeft de Hoge Raad inmiddels meermalen bevestigd. Deze vlieger gaat echter niet altijd op. Als er een te groot verschil zit tussen de reële waarde en de door partijen toegedeelde waarde wordt de splitsing in de akte niet gevolgd. Hiervoor treedt dan in de plaats een door deskundige taxateurs vastgestelde splitsing van de koopsom.

De bewijslast dat de splitsing in de akte niet juist is, ligt bij degene die deze splitsing fiscaal niet wil volgen. Dit is in de meeste gevallen de Inspecteur maar dit kan ook de ondernemer zijn. In de praktijk blijkt dit een zware bewijslast, waar niet vaak aan voldaan kan worden. Slechts in zeer sprekende gevallen slaagt de Inspecteur of de ondernemer in deze bewijslast. Dit blijkt weer eens uit een recente uitspraak van het Hof Leeuwarden. In deze zaak slaagde de ondernemer er niet in dat aan een erfpachtrecht een hogere waarde toegekend diende te worden.

De uitspraak van het Hof Leeuwarden handelde beknopt samengevat over het volgende:

X drijft tezamen met haar echtgenoot, een BV van haar echtgenoot, en haar zonen een melkveehouderij in de vorm van een vof. In 2000 kopen X en haar zonen een naburig bedrijf met landerijen. Een deel van die landerijen pachten de verkopers. Bij aankoop van het bedrijf wordt het desbetreffende pachtcontract omgezet in een erfpachtovereenkomst ten behoeve van het bedrijf van X.

In de koopovereenkomst van het bedrijf wordt de totaalprijs gesplitst in een deel voor de landerijen en een deel voor de opstallen. X wil een hoger bedrag in aanmerking nemen als kostprijs van het erfpachtrecht dan de inspecteur. Daarvoor legt zij een taxatierapport over.Volgens het hof slaagt X er niet in het door haar gestelde hogere bedrag aannemelijk te maken. Het hof volgt X wel in haar stelling dat zij zich niet heeft gecommitteerd aan de uitsplitsing van de prijs in de koopovereenkomst. Tenslotte stelt X dat de grond afgewaardeerd moet worden naar een lagere bedrijfswaarde. Ook in deze stelling volgt het hof niet.

De uitspraak heeft tot gevolg dat een bedrag van € 390.078 niet wordt aangemerkt als kosten van de verkrijging van het erfpachtrecht op 26.70.05 ha grond. De € 390.078 wordt toegerekend aan het niet afschrijfbare bedrijfsmiddel grond zelf in plaats van aan een afschrijfbaar bedrijfsmiddel erfpachtsrecht. Geen afschrijving derhalve over de € 390.078.

Mr. P.L.F. Seegers (voorzitter Platform landbouwnormen, werkzaam bij Belastingdienst Oost). Geschreven op persoonlijke titel.

Lees ook: Splitsing koopsom in akte niet geaccepteerd
Meer informatie De volledige uitspraak van het Hof in Leeuwarden, 20 juni 2007

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.