Home

Achtergrond 197 x bekeken

Geen verliesverrekening fosfaat voor extensieve bedrijven

Het Hof in Arnhem heeft op 7 juni 2007 een uitspraak gedaan in een geschil over de Meststoffenwet. Kern van de uitspraak is dat er geen verliesverrekening mogelijk is bij een veebezetting kleiner of gelijk aan 2,5 grootvee-eenheden.

De aan het Hof voorgelegde zaak was in het kort de volgende:

Een veehouder exploiteert een bedrijf in de zin van de Meststoffenwet. Dit bedrijf bestond in 1998 uit een extensieve veehouderij (melkkoeien). Vanaf 1999 is belanghebbende geleidelijk omgeschakeld naar een akkerbouwbedrijf. Sinds de invoering van het zogenoemde “mineralenaangiftesysteem” (Minas) per 1 januari 1998 heeft de veehouder gekozen voor het spoor van de verfijnde mineralenheffingen.

In 1998 was de belastbare hoeveelheid fosfaat van belanghebbende negatief (een zogenoemd saldo), namelijk 583 kg. In 1999 en 2000 had belanghebbende een positieve belastbare hoeveelheid fosfaat (een zogenoemd overschot) van 921 kg respectievelijk 19 kg. In de jaren daarna – tot en met 2005 – was er steeds sprake van een fosfaatsaldo. In 1998 en in de jaren daarna was de veebezetting op het bedrijf van de veehouder steeds kleiner dan 2,5 grootvee-eenheden per hectare van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond (hierna: 2,5 grootvee-eenheden).

Het saldo uit 1999 is met name veroorzaakt door de in dat jaar aangevoerde hoeveelheid dierlijke meststoffen, welke in dat jaar niet is afgevoerd maar opgeslagen. De veehouder heeft in de jaren 1998 tot en met 2005 zowel kunstmestfosfaat als dierlijke meststoffen aangevoerd. De hoeveelheden van dierlijke oorsprong zijn van achtereenvolgens 1641 kg fosfaat; 3369 kg fosfaat; 2435 kg fosfaat; 2275 kg fosfaat; 1719 kg fosfaat; 2228 kg fosfaat; 1652 kg fosfaat en 1517 kg fosfaat.

De Inspecteur van de Dienst Regelingen van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit heeft het verzoek van belanghebbende tot vaststelling van een voor verrekening in aanmerking komende belastbare hoeveelheid fosfaat uit het jaar 1998 van 583 kg afgewezen. De afwijzing is gegrond op het feit dat de veebezetting op het bedrijf van de veehouder in 1998 kleiner was dan 2,5 grootvee-eenheden. Een ministeriële regeling verzet zich tegen een verliesverrekening bij een veebezetting kleiner of gelijk aan 2,5 grootvee-eenheden. Hiertegen komt de veehouder tevergeefs in beroep.

Het Hof stelt voorop dat de wetgever aan de minister de bevoegdheid heeft verleend om verliesverrekening in te perken dan wel uit te sluiten. Als exploitant van een extensieve veehouderij/akkerbouwbedrijf valt belanghebbende binnen de termen van de ministeriële regeling, welke regeling wil voorkomen dat in verband met de omstandigheid dat kunstmestfosfaat niet in de belastbare grondslag wordt begrepen, een verrekeningsvoorraad wordt opgebouwd. Dus de uitsluiting van de verliesverrekening voor fosfaat van extensieve veehouders/akkerbouwers kan door de beugel.

Mr. P.L.F. Seegers (voorzitter Platform landbouwnormen, werkzaam bij Belastingdienst Oost). Geschreven op persoonlijke titel.

Lees ook: Bedrijfsspecifieke excretienorm scheelt veehouders duizenden euro’s
Meer informatie Volledige uitspraak van het Hof in Arnhem 7 juni 2007

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.