Home

Achtergrond 118 x bekeken

Btw of overdrachtsbelasting?

Btw of overdrachtsbelasting, het maakt in de praktijk nogal uit. 11 procent (19-6) om precies te zijn. Het is dus erg van belang om te bepalen welke belasting per saldo drukt op de aankoop van een onroerende zaak. Dat dit niet altijd even eenvoudig is, blijkt maar weer eens uit recente uitspraken van de Rechtbank Den Haag.

Bij de levering van onroerende zaken is in principe overdrachtsbelasting verschuldigd. Btw betalen is verplicht bij de levering van nieuwe onroerende zaken en bouwterreinen(hoofdregel). Als er geen bijzondere bepalingen zouden zijn, kan er cumulatie van de twee belastingen optreden. Dit is niet de bedoeling van de wetgever. Daarom zijn er verscheidene samenloopbepalingen die dubbele heffing moeten voorkomen. De uitleg van deze samenloopbepalingen is echter niet altijd eenvoudig. De recente uitspraken van de Rechtbank in Den Haag zijn hier een ‘mooi’ voorbeeld van.

De uitspraken handelen kort samengevat over het volgende: De verkrijgers kregen percelen grond geleverd en hebben een beroep gedaan op de overdrachtsbelastingvrijstelling. Ter zake van een eerdere levering van de percelen in 1999 is toentertijd door één van de verkrijgers gecorrespondeerd met de inspecteur omzetbelasting. In geschil is of de percelen kwalificeren als bouwterrein en/of er vertrouwen is gewekt.

Artikel 11, vierde lid, van de Wet OB definieert het begrip bouwterrein als volgt. Onbebouwde grond: a. waaraan bewerkingen plaatsvinden of hebben plaatsgevonden; b. ten aanzien waarvan voorzieningen worden of zijn getroffen die uitsluitend dienstbaar zijn aan de grond; c. in de omgeving waarvan voorzieningen worden of zijn getroffen; of d. ter zake waarvan een bouwvergunning is verleend; met het oog op de bebouwing van de grond.

De rechtbank oordeelt dat de verkrijgers niet aannemelijk hebben gemaakt dat er sprake is van de levering van een bouwterrein ter zake, waarvan omzetbelasting is verschuldigd. De vrijstelling van overdrachtsbelasting is daarom niet van toepassing. De rechtbank oordeelt verder dat bij verkrijgers niet het in rechte te honoreren vertrouwen is gewekt dat sprake is van levering van een bouwterrein en dus geen overdrachtsbelasting is verschuldigd.

Correspondentie waarnaar verkrijgers verwijzen heeft betrekking op een levering waarbij zij niet betrokken waren en evenmin kan worden gesteld dat de betreffende correspondentie een zodanig expliciet standpunt omtrent de feiten bevat dat een ieder die daarvan kennis zou nemen, hiervan uit zou mogen gaan, aldus de rechtbank. Het beroep wordt ongegrond verklaard.

Conclusie is dat ondanks een eerdere goedkeuring van de inspecteur er geen sprake is van een bouwterrein. Aan geen van de vier criteria van artikel 11, vierde lid Wet OB is voldaan. Het blijkt weer dat bij dit soort samenloopperikelen het heel belangrijk is om eerst zorgvuldig te kijken, vervolgens eventueel actie te ondernemen en pas daarna te doen.

Mr. P.L.F. Seegers (voorzitter Platform landbouwnormen, werkzaam bij Belastingdienst Oost). Hij schreef dit artikel op persoonlijke titel.

Lees ook Bouwterrein belast met omzetbelasting maar vrij van overdrachtsbelasting
Meer informatie De volledige uitspraak van Rechtbank ‘s Gravenhage, 16 mei 2007

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.